Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

behandeld. Opmerking verdient nog, dat in III de oppervlakte woesten grond kleiner, die van het grasland grooter is dan in I.

Industrie in verband met den landbouw, is die van stroocarton en van aardappelmeel. Drente heeft 1 (coöperatieve) stroocarton fabriek te Koevorden, terwijl er 7 aardappelmeelfabrieken werken, waarvan er 6 coöperatief zijn.

In 't geheel wijzigt zich de percentsgewijze verhouding van bouw- en grasland ten gunste van het bouwland: in 1870 was de verhouding als 21,5 tot 78,5; in 1915 als 44,2 tot 55,8.

Merkwaardig is de teelt van veenbessen te Smilde voor Cranberry-jam (uitvoer tot den oorlog geheel naar Engeland); rozenkweekerijen zijn te Hoogeveen; boomkweekerijen te Emmen, terwijl ooftteelt onder Gasselte plaats vindt.

Afzonderlijk volgt iets over de hoogveen-exploitatie. Met deze staan in verband de turfstrooiselfabrieken. Het turfstrooisel wordt van de bolster (bovenste veenlaag) gemaakt, nadat de „bonk", ter dikte van 50 c.M., er van verwijderd is. Turfbriketten (Rahderturf) worden niet meer gemaakt.

§ 8. Hoogveen-exploitatie1"). Veen, dat in zijn „oertoestand" verkeert, is weihcht alleen nog te vinden in zeer enkele blokken in het uiterste Z.O. Van een primitieven veenweg is nog geen sprake, evenmin als van greppels. De eigenaardige veenkoppen, de veenmosvegetatie op de natste plekken en aan de randen van de „meerstallen", geven het beeld van een zich vormend hoogveen.

De veenbrandcultuur voor den boekweitbouw is verboden; de waterlossingen, kanalen en wijken zijn in de meeste streken reeds gegraven, zoodat de vervening kan beginnen. De meerstallen zijn afgetapt, de veenlagen reeds ingeklonken.

Vóór de eigenlijke vervening is vroeger heel wat gebrand. Door de daarvoor noodige begreppeling werd de veenmosvegetatie onmogelijk. In de plaats daarvan bedekte heide het oppervlak. Daardoor is de diktegroet van het veen practisch opgehouden.

De veenboekweit was het middel, om van de venen iets te trekken. De hooge dagloonen en vooral de wisselvalligheid van den oogst, eindelijk het verbod van veenbranden, hebben de veenbrandcultuur doen ophouden.

Deze veenboekweitcultuur is in verschillende streken van Duitschland vervangen door een landbouwbedrijf op het onaf gegraven hoogveen: de z.g. „moderne hoogveenkuituur". Bij ons is dit niet het geval. Daar zijn 178

Sluiten