Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en in 1774 werd de Vaart doorgetrokken tot Assen. Daaraan ontstonden de koloniën Hijkersmilde en Boven-Smilde. In 1876 werd de Vaart Rijkseigendom.

Van Koevorden uit werd in 1860 het Koevorden-Vechtkanaal gegraven; in 1884 het Stieltjeskanaal. Het Scholtenskanaal. door J. E. Scholten. den zoon van den bekenden fabrikant W. A. Scholten, in het Smeulveen en het Barger-Oosterveen aangelegd, gaf aanleiding tot het ontstaan van Klazienaveen, genoemd naar zijn Moeder, Klaziena Sluis.

§ 11. Archaeologie11). Van de oudste bevolking en van den toestand, waarin Drente toen verkeerde, weten we alleen, wat er door de menschen zijn nagelaten: de hunnebedden. Deze behooren reeds tot den jongeren steentijd, d.i. het tijdvak, dat gerekend wordt van af het eind van het Magdalénien en tot het begin van den metaaltijd reikt.

Evenmin als thans overal dezelfde cultuur heerscht, was het toen het geval. Vandaar, dat de tijdindeelingen, die bijv. voor Zweden en voor Duitschland gelden, niet maar als zoodanig voor een afgezonderd liggend landje gelden. Volgens de Geer omvat deze jongere steentijd weihcht 8000 jaar. De eenige geologische horizon, die in verschillende gebieden voorkomt, de grenslaag tusschen het oudere en het jongere veenmosveen, is in Zweden geïdentificeerd met den bronstijd. Deze valt, zooals vondsten uitwijzen, in het begin van de droge periode. Volgens v. Giffen is deze periode vóór de komst der Romeinen.

Niet aan te nemen is. dat de hunnebedden gebouwd zouden zijn aan een kust, waaruit dan de afwijk van de richting O-W. te verklaren zou zijn: ze hggen immers op een te veel verschillende hoogte.

Het onderzoek der hunnebedden is verricht door Dr. J. H. Holwerda en Dr. A. E. van Giffen (fig. 8 en 9). Volgens Holwerda kunnen we onderscheiden: een hunnebedden-volk, dat waarschijnlijk uit Zuid-Europa afkomstig was en op een zeer lagen trap van beschaving stond. Het waren de bouwers van de hunnebedden, waarvan er thans in Drente 51 bekend zijn. Op de Veluwe, waar ze ook gewoond hebben, waren niet voldoende groote steenen aanwezig om hunnebedden te bouwen. Daar werden de lijken in grafkuilen begraven in gebukte houding (vandaar de naam Höckergraber).

Later kwam een tweede praebistorisch volk. Ze bouwden koepelgraven. In deze komt reeds brons voor. Het aardewerk is meest kunstvoller dan uit de hunnebedden. Naar bepaalde soorten urnen wordt dit aardewerk klokbeker-ceramiek genoemd. De cultuur van dit volk dateert Holwerda 184

Sluiten