Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er van gelegen, ontstaat dikwijls strijd tusschen „het zand" („Drenters ) en het veen" („Veenkers"). Bij gemeenteraadsverkiezingen is dit een voornaam punt. Waarschijnlijk zal het dan ook niet lang meer duren of een gemeente als Emmen zal verdeeld moeten worden (b.v. in Emmen, NieuwAmsterdam en Roswinkel).

Het typische oude boerenhuis treft men weinig meer aan. Het vertoonde het karakteristieke halle type14), bestaande uit één groote, ruime halle.Jn de wanden treedt de z.g. vakwerkbouw op den voorgrond (zie fig. 12). De bouwstoffen werden uit de naaste omgeving gehaald. Uit het bosch dienden de zwaarste boomstammen voor de hoofdstijlen. Ze werden slechts ruw behakt Tusschen die hoofdstijlen plaatste men lichtere, die weer door hggers verbonden werden. De vakken werden met baksteen, soms met een vlechtwerk van takken, besmeerd met leem, gevuld. Het dak werd met stroo gedekt. Het vakwerk zelf rustte soms op een onderlaag van flinten. Het gedeelte, dat voor woonhuis bestemd is. is meest met een tamelijk ver overstekenden topgevel van stroo gekroond. De ingang tot de deel hgt meest een eind terug. De deel, vroeger geheel met leem bedekt, thans, wat het woongedeelte betreft, meest met platte steenen of een houten vloer, vormde het centrum van het huis. Aan beide kanten vond men de potstallen voor het vee. Dat is thans ook veranderd: de potstallen zijn verbeterd en. op Friesche manier, het vee op de groep geplaatst. Hooi en koren werden zooveel mogelijk boven de deel geborgen, maar bij de uitbreiding van het bedrijf moesten allerlei bijgebouwtjes voor berging dienen van landbouwgereedschappen, turf, jong vee en anderszins.

Het bouwen van zoon huis kostte heel veel moeite. De zware eikenhouten gebinten getuigen niet zoozeer van nauwkeurige afwerking, maar wel er van. dat men als eersten eisch stelde stevigheid en duurzaamheid. Veel werk werd als „beewerk" verricht. De benoodigde bouwstoffen, zooals steenen. hout, pannen, enz. werden door de boerschap aangevoerd zonder

belooning. '

Ook de oude meubels zijn van eikenhout vervaardigd. Het snijwerk er op werd meest buiten het gewest gemaakt.

De woonruimte is oorspronkelijk niet van de deel gescheiden. Later vormde een leemen walletje de scheiding, die ook wel opgetrokken werd tot een muur. De open haard, met de „roakeldobb", waarin turf en hout gestookt werd, is thans meest verdwenen. Boven het vuur bevond zich de „wendezoele", waaraan een „haal" bevestigd was, om ketels en potten op te hangen. De rook zocht eerst vrij een uitweg naar boven; later kwamen de groote schoorsteenmantels en tevens de schoorsteenen. 196

Sluiten