Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 12. Nederzettingen. Van de nederzettingen dienen de drie steden afzonderlijk kort besproken te worden. De oudste is Koevorden. Het ontstond reeds vroeg bij een doorwaadbare plaats in het Drostendiep. In de 8e eeuw wordt het al genoemd en in de 12e eeuw was het reeds een bloeiende nederzetting geworden. Hoewel Koevorden waarschijnlijk reeds vroeger stedelijke rechten verkreeg, dagteekent de oudste brief, waarin die rechten omschreven werden, eerst van 1408. Reeds vroeg werd bij de nederzetting een sterk kasteel gebouwd en wel aan de Oostzijde. Toen in 1024 Drente aan den Bisschop van Utrecht kwam, vestigde de stadhouder, de Kastelein, zich op het kasteel. Weldra beschouwde deze zich als onafhankelijk. Hij beschouwde Koevorden als een vrije heerlijkheid, welke noch bij Drente, noch bij Overijsel behoorde. Eerst na de 17e eeuw kwam deze heerlijkheid voorgoed bij Drente; in 1791 werd er het Drentsche landrecht ingevoerd. De strategische beteekenis van dit punt bleek o.a. in 1592, toen Prins Maurits Koevorden uit Spaansche handen bevrijdde.

In 1672 nam Bommen Berend, zooals Bisschop Bernard van Galen genoemd werd, Koevorden. Echter werd het door Meindert van der Thijnen in den nacht van 29 op 30 December 1672 heroverd.

Reeds in den tijd van Fihps II was door Van Deventer een goede kaart van de vesting gemaakt.

Later is om de groote strategische beteekenis (het was immers met Boertange het eenige punt, waar de oostelijke venen in het Noorden van ons land over te trekken waren) het stadje versterkt, o.a. door den beroemden vestingbouwkundige Menno van Coehoorn. Van deze vestingwerken is zoo goed als niets meer over. Van het kasteel verdween de laatste toren in 1832, terwijl ook de grachten gedempt zijn.

Behalve Koevorden bestond in Drente de heerlijkheid Ruinen. Deze wordt reeds in de 11e eeuw vermeld. In 1788 kwam ze door koop aan Drente. Haar afgezonderde ligging had ze te danken aan de venen, die bij Beilen ongeveer aan elkander grensden.

Merkwaardig is zeker, dat de twee andere heerlijkheden niet dagteekenen uit den tijd van het Leenstelsel, maar uit den tijd der verveningen. In 1626 werd Hoogeveen tot een heerlijkheid verheven, uit erkentelijkheid voor Roelof van Echten, die de venen in de nabijheid van het Echtener Diep wilde ontginnen.

Op dezelfde wijze werd de heerlijkheid Hooger Smilde gevormd in 1634, weihcht om Adriaan Pauw, raadpensionaris van Holland en eigenaar van genoemd gebied, goedgunstig te stemmen om Drente te doen opnemen in de Staten Generaal. 198

Sluiten