Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verheffing van Assen tot een zelfstandige gemeente: in Maart 1809 toch kwam bericht, dat Koning Lodewijk Napoleon nog diezelfde maand een bezoek aan Drente zou brengen en in Assen wilde logeeren. De komst werd bepaald op 12 Maart.

Een goede stemming heerschté bij Koning en bevolking. Reeds op 13 Maart 1809 kwam het Koninklijk Besluit, waarbij aan het dorp Assen de rang werd verleend van stad. Lodewijk Napoleon schonk een som gelds, om die te besteden aan het bouwen van woningen. Verder werd het Sterrebosch, dat tot de domeingoederen behoorde, aan Assen geschonken. Een plan werd zelfs ontworpen voor de uitbreiding van Assen, waarbij gerekend werd op een bevolking van 6000 zielen: een groote kazerne, een schouwburg, een kweekschool, wat niet al, zou er verrijzen.

Maar de Koning werkte ook nog in een andere richting. De noodige opmetingen voor een kanaal naar Groningen zouden worden voorbereid, tevens die voor een waterverbinding met het Zuidenveld voor de ontginning der venen aldaar. Maar 1810 wierp alles in duigen.

In 1863 stoomt de eerste stoomboot Magdalena Elisabeth Assen binnen. In 1870 rijdt de eerste trein van Groningen naar Meppel. Thans, werd gezegd, is Assen in het wereldverkeer opgenomen. In 1897 is de waterleiding in orde, waartoe de putten op het Looner Veld diep welwater leveren.

En toen in 1907 het Eeuwfeest gevierd werd, heeft H. M. Koningin Wilhelmina den eersten steen gelegd voor het Wilhelmina-Ziekenhuis. Haar komst in Assen in 1917 had een andere bedoeling: de groote veenbrand. In 1924 nam zij kennis van Drente om zich persoonlijk op de hoogte te stellen van den toestand en de maatregelen, die tot verbetering kunnen strekken, daartoe ingelicht door den energieken „Drost" Linthorst Homan.

Nog op een ander bezoek dient gewezen: Niet ver van Assen bevindt zich een historisch plekje, de Balier Kuil, waar de etten (rechters) bijeen kwamen, om „bij klimmender zonne" recht te spreken. Een voorstelling is nog 7 September 1895 gehouden tijdens het bezoek van H. M. Emma en Wilhelmina. Zeer waarschijnlijk is deze kuil („koele") niet de echte: deze moet in den esch van Balloo gelegen hebben.

De bosschen hebben steeds een belangrijke rol gespeeld: het waren de heilige plaatsen, waar de heidensche bewoners hun godsdienst uitoefenden. Zelfs bhjkt uit een schrijven van Paus Gregorius in 601, aan den abt Mellitus gezonden, dat hij besloten had, dat de heidensche tempels onder de Angelen niet mochten vernietigd worden, maar wel de afgodsbeelden. Kwamen nu de evangelie-predikers in Drente van de noordzijde en troffen zij heiden-tempels aan, zooals in de bosschen van Vries en Anloo, die goed

201

Sluiten