Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een grooter aandeel van den leertijd te geven. Maar niet overal wordt de winst op dezelfde wijze benut.

Terwijl Duitschland voor den oorlog als jonge kolonizeerende macht in zijn onderwijs steeds op kennis van verre landen aandrong, voert nu het verlangen, om de zoo noodige eenheid weer te krijgen en het zelfvertrouwen te herwinnen, er vooral tot kennis van het eigen land en de eigen cultuur — tot „Heimatkunde".

Frankrijk, steeds sterk centralizeerend en nationalistisch in zijn onderwijs, begint nu meer waarde te hechten aan kennis der koloniën. In Engeland heeft de Br. Empire Exhibition een merkwaardige leerplanwijziging veroorzaakt. Daar is een nieuw vak ontstaan, „Empire-study", dat een groot aantal uren per week krijgt. Omdat het Britsche keizerrijk een groot gedeelte van de wereld, en vooral belangrijke deelen omvat, is deze „Empire-study", vrijwel hetzelfde als wereldgeografie, en wereldgeschiedenis. De „Empirebuilders" willen toonen, hoe hun Britsche Rijk het prototype is van een toekomstigen, grooteren wereldbond van naties. Gevoelens van internationalisme tracht de Engelsche regeering op die wijze te kanalizeeren in het enge bed der koloniale expansie. In Amerika trad, — vóór en tijdens den oorlog — heel sterk de nationale tendenz naar voren. Kennis van de United-States was een groote factor in de Amerikanizatie, die het onderwijs doelbewust te brengen had. Eerst de laatste jaren is, vooral ook door de teruggekeerde soldaten, weer de blik naar de overzijde gericht, wat weer samenhangt met Amerika's houding ten opzichte van den Volkerenbond. Het sterkst is de drang naar kennis van vreemde landen in de schoolstelsels der jonge, of herboren Aziatische rijken merkbaar. Geografie is daar, zooals de bouwer van het Philippijnsche schoolstelsel, Prof. Barrows, het uitdrukt, de brug naar een nieuwe beschaving.

Op verschillende onderwijscongressen in Amerika en Europa, is de wensch uitgesproken, méér tijd en zorg aan de aardrijkskunde te besteden en alles wijst erop, dat de geografie van bijvak, — zooals ze nu is — een hoofdvak gaat worden; wereldkennis gaat de taak vervullen, die in de tijden van korter vleugelslag de litteraire vakken innamen, en die daarna de natuurwetenschappen zich toeëigenden. De techniek: radio, vliegmachine, pers en film maakt dat mogelijk, de veranderde wereldverhoudingen eischen het.

En bij de school blijft het niet. Ook in verschillende beroepen zal geografische kennis meer vereischt worden dan tot dusver.

Waar het bankwezen in verticale bedrijven werkt, en de bank het centrum wordt van een veelzijdige, industrieele werkzaamheid, is voor haar beambten 206

Sluiten