Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

school, ook op de middelbare is nog heel wat te verbeteren1): de internationale methodiek van het vak kan ons nieuwe wegen wijzen. In de Angelsaksische landen vooral is na den oorlog een totale hervorming van het aardrijkskundig onderwijs gaande. Terwijl de sociale zijde meer naar voren treedt, wordt de physische minder speculatief en theoretisch, meer experimenteel en practisch. Het werkelijk doordringen van de idee der zelfwerkzaamheid — (zooals o.a. in het Dalton stelsel) voert tot geheel nieuwe methoden en nieuwe leerboeken. Het kaartlezen wordt het middelpunt van alle onderwijs. Een uitgebreide litteratuur stelt ook leerlingen in staat, hun geografischen blik te verruimen. En „algemeene ontwikkeling" is minder het doel dan het wekken van belangstelling voor geografische problemen. De leerling verlaat niet de school met een maximum aantal gekende feiten, maar met het verlangen zelf nieuwe te zoeken, en met de vaardigheid, den weg daartoe te vinden.

Dat alles eischt van den geograaf groote methodische vakkennis en meer tijd dan de oude doceermethode. Met het kennen van zijn handbibliotheek komt hij niet meer klaar. Hij moet voor elk onderdeel Nederlandsche of buitenlandsche boeken kennen, die voor zijn leerlingen geschikt zijn. Door het bijhouden van dag- en weekbladen, van belletrie en andere litteratuur, moet hij maken, dat hij actueel blijft. De gletschertheorieën kan hij zijn jongens sparen, de Mount Everest-Expeditie niet. En Keyserling's: „Reisetagbuch eines Philosophen" is voor hem nuttiger lectuur dan een nieuwe studie over veenvorming.

Is de geograaf-paedagoog werkzaam als leeraar op een kweekschool, zoodat hij ook aanstaande onderwijzers kan beïnvloeden, dan is zijn taak nog omvattender, zijn werk nog moeilijker. Dan hoort er de hervorming van het lager aardrijkskunde-onderwijs bij: De afschaffing van het te vroeg kaart leeren lezen, van het geven van onbegrepen theorie. Het aanwijzen van middelen, die het vak op de lagere school minder intellectueel, meer emotioneel maken (bedjes en vertellingen uit verschillende landen, een xijk platenmateriaal, bouwplaten enz.) Het leeren verbinden van aardrijkskunde aan andere leervakken als taal, muziek en handenarbeid (zandbak). Voor al die kwesties is kennis van methodiek, paedagogiek en psychologie van groot belang. Het probleem van het kaartbegrip, (derde of zesde leerjaar, het gebruik van reliëfkaarten of niet) is vooral langs psychologischen weg te benaderen.

*) Voor IndiS uitgewerkt in m'n studie: „Hervorming van het aardr. onderwijs in lndië" (2de Nat Wet Congres te Bandoeng).

209

14

Sluiten