Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo gaat het ons in het gebied ten Zuiden van Wildungen. wanneer wij, door het Helenental naar boven stijgend, op de hoogvlakte van Odershausen komen. Deze vormt als het ware een hoogere trap boven het dallandschap van Wildungen. Wildungen, nl. Stadt-Wildungen. Alt-Wildungen en de badplaats, hgt over verschillende plateaus, bergtongen en dalen verspreid. Het hoofddal, dat van de Wilde, ontvangt van *t Zuiden de dalletjes van den Borne Bach en den Sonderbach; het laatste wordt weer uit de beide brondalen van den Uhren Bach en van den eigenlijken Sonderbach, het zgn. Helenental, samengesteld. Deze drie beekdalen, van den Borne, Uhren en Sonderbach, tezamen met een korter en ondieper klein dal nog verder in het Oosten, zijn ingesneden in een voornamelijk uit cuhnkleilei samengestelde helling („Abdachung"), die in plateaus („Riedel") en „Sporne" verdeeld, het voornaamste en het meest in het oog springend element van het Wildunger landschap vormt. De stad Wildungen, nl. de oude stad, hgt vooraan op de „sporn" tusschen Borne en Sonderbach, waar deze door zijn samenstelling uit kiezellei met diabaasdoorbraken grootere hoogte en steilere vormen bewaard heeft, zoodat hier de voorwaarden voor een beschermingsneerzetting gegeven waren,

Alt-Wildungen bezit eveneens „Spornlage"; het kasteel Friedrichstein accentueert met zijn massalen bouw de vormen van terrasvoorsprong op uitstekende wijze. Ook hier schijnt een diabaasintrusie het overigens uit transgredeerend zechstein bestaand plateau verhard te hebben, zoodat door de vorming van ravijnen het harder gedeelte meer en meer tot landtong wordt

Borne Bach und Uhren Bach zijn korte, ondiepe ingravingen in het uit culmtonschiefer bestaande, zacht afhellende plateau; ze moeten volgens de Davis'sche nomenclatuur jongrijp genoemd worden. Van grootere beteekenis is het dal van den Sonderbach. Het dal is rijp (Plaat III1) en bezit een breeden horizontalen dalbodem, met weiland bedekt, en steile wanden. Park en gebouwen bij de Helenenbron maken op zeer verdienstelijke wijze van deze dalvorm gebruik. Nog ongeveer 1 K.M. stroomopwaarts behoudt het dal dit karakter, tot dat bij een dalsplitsing het dal zich zeer sterk vernauwt Van uit het Westen, of beter gezegd in een boog uit het Noordwesten mondt hier de Talgraben Bach; van het Zuiden af, de richting van het Sonderbachdal voortzettend, stort in een nauwe boschkloof de WasserfallBach naar beneden. In deze watervaltrap stijgt de dalbodem van den Sonderbach 68 M. over 0.6 K.M. lengte Het voetpunt ligt op 293 M. en het toppunt op 361 M. hoogte

Boven gekomen staat men op een hoogvlakte, analoog aan die ten Noor-

215

Sluiten