Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met de weilandstrook onder den Hauern en de Walze bij Branau tot een daUijn, en wel tot een boogvormige, zooals wij ze in die rijp versneden schiefer-grauwacke-gebergten telkens terugvinden.

Wij herkennen aldus Kalteborn en Dörn Bach als stroomend op de hoogvlakte van 300 tot 400 M., dezelfde misschien, die in het Noorden van Wildungen op ongeveer 300 M. hoogte bewaard is gebleven, maar hier, meer naar het brongebied toe, hooger gelegen, en wel op 350 tot 380 M. Maar terwijl de Alt-Wildunger hoogvlakte het Oer-Wilde dal herbergde, was de hoogvlakte van Odershausen Oer-Wake dal, en tot dit dalsysteem behoorde ook de Talgraben, welks dalrichting, zooals een blik op de kaart reeds leert, eveneens weer naar de Walze heenwijst, en welks inbuiging in het Sonderbachdal iets abnormaals heeft. Ook de Talgraben is scherp ingesneden, al is hier ook niet meer een watervaltrap aanwezig, zooals bij de Sonderbach van Odershausen (Plaat VI).

De verovering van den Talgraben door den Sonderbach hgt verder terug dan die van de Odershauser beken, wat voor de hand hgt, de verovering der Odershauser Walzebovenloopen is naar verhouding een jonge gebeurtenis; vandaar de scherpe knik in het lengteprofiel zoowel onder als boven de watervaltrap. Vandaar de watervallen, vandaar de V-vorm der watervalkloof.

Al hefc overige volgt uit hetgeen boven gezegd werd. Slechts nog een woord over de oorzaken dezer aantappingen over de invloeden door de hthologische gesteldheid van den grond uitgeoefend.

Zoowel de beroovende als de beroofde rivier behooren tot het Edergebied. Het water van de beroofde rivier bereikt de Eder door diens zijrivier, de Schwalm. De de beide takken beheerschende erosiebasis, het samenstroomingspunt van Eder en Schwalm, hgt van de beroovingsknie af gerekend, langs de Walze, de beroofde rivier, c. 27 K.M., langs den Sonderbach. den roover, c. 25 K.M. verwijderd. De afstanden zijn ongeveer gelijk, maar men moet wel bedenken, dat hier de tegenwoordige toestand in rekening gebracht is, en een eventueele, sinds de aantapping plaats gehad hebbende loopverandering in het gebied van de Senke de oorspronkelijke verhoudingen veranderd kan hebben. Het is mogelijk, dat de weg langs de Wilde door diens verplaatsing tengevolge van het afwijken der Eder naar rechts, sindsdien langer geworden is.

In ieder geval is de aantapping uitgegaan vanaf de verder stroomafwaarts gelegen zijrivier, dus van uit de Wilde ten koste van de Walze, zooals in dergelijke gevallen steeds geschiedt.

217

Sluiten