Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

phthanieten zijn. Ik meen dit grint hierom te moeten beschouwen als een afzetting van een zijrivier van de Maas, die haar materiaal in hoofdzaak aan de Kolenkalk ontleende, ongeveer synchroon met het witte kwartsgrint

Het kleine plateau van Foisches, Z.W. van Givet, hgt op 225 M. hoogte, dat is slechts 126 M. boven de Maas. Door Mej. Dr. Hol is dit plateau aanvankelijk voor hoofdterras gehouden; lorié rangschikte het grint op grond van zijn petrografisch karakter onder zijn „graviers blancs", kon echter geen oölietische kiezelgesteenten vinden. Daar ik geen ontsluiting vond, moest ik mij, evenals wijlen Dr. Lorié, met het uitzoeken van steenen uit den leemigen bouwgrond behelpen. Daar het geheele plateau rust op Givétien-kalk (Midden-Devoon), is het zeer talrijke voorkomen van kalksteenbrokken hier niet verrassend1). Niettemin bestaat de hoofdmassa van het grint uit witte gangkwartsen. Daarnaast komen voor: kwartsieten uit het Cambrium meer zuidwaarts aan de Maas (zoowel Devillien- als Revinienkwartsieten) in stukken tot \2]/2 c.M., palaeozoïsche zandsteenen, een drietal oölietische kiezelgesteenten, een agaatje en andere kiezelgesteenten uit de Jura, zwarte en andersgekleurde kiezelleien, een brokje bruinijzererts, en een scherf van een eironden vuursteen. Er is dus alle reden om dit grint bij het witte kwartsgrint te rangschikken, al komen er wel wat grovere bestanddeelen in voor dan gewoonlijk.

Met een enkel woord zij hier nog vermeld het reeds eenige malen in de literatuur genoemde grint op het kleine plateau van Devant-Joigny bij Braux (N. van Mézières). Door het ontbreken van een ontsluiting ben ik helaas niet in staat te beoordeelen, of dit al dan niet tot het witte kwartsgrint dient te worden gerekend. Het grint, dat in geel leemig zand hgt, bestaat voor ongeveer de helft uit brokjes van den phylliet (Gedinnien), die hier rondom als vast gesteente voorkomt, overigens grootendeels uit kleine witte kwartsen. Grootere rol- en schuif steenen ontbreken echter niet, zoo trof ik zandsteenen en kwartsieten tot 16 c.M. aan. De bekende brokjes bruinijzererts zijn ook hier aanwezig, doch oölietische kiezelgesteenten kon ik, ondanks lang zoeken, niet vinden.

Samenvatting.

Wanneer men de petrografische samenstelling van het witte kwartsgrint als geheel beschouwt, blijken de volgende gesteenten aanwezig te zijn:

J) Evenwel blijkt uit mededeelingen van G o s s e 1 e t, dat, althans Op vele plekken, de aan het oppervlak voorkomende leem met grint niet direct op kalksteen rust, doch op zand (door hem tot het 'L andénien gerekend), dat holten in den kalk» steen opvult.

223

Sluiten