Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een zeer groot deel van de Ardennen hebben bedekt. De Maas, die het witte kwartsgrint deponeerde, moet, althans benoorden Givet, overal haar bed hebben uitgeschuurd in dit tertiaire zand. Dit zal de voornaamste reden zijn van het zoozeer op den achtergrond treden van het Ardennenmateriaal in het kwartsgrint. Het weinige, wat er nog aan Ardenneng esteenten in aanwezig is, moet van enkele hardkoppen, die door of boven het tertiaire dek uit staken, afkomstig zijn. In dit verband wil ik er nog op wijzen, dat het niet alles een oud eluvium kan zijn, wat de Maas toentertijde heeft opgeruimd. Onder de cambrische kwartsieten zijn er, die een even frisch uiterlijk hebben als die uit het normale kwartaire grint; blijkbaar is dit dus direct aan het vast gesteente ontleend materiaal.

Het witte kwartsgrint komt, ook wanneer wij de blijkbaar geremaniëerde depots buiten beschouwing laten, op zeer uiteenloopende hoogten voor. Wanneer men in het lengteprofiel van de Maas deze hoogten door een kromme verbindt, vormt deze geen regelmatig dalende hjn in de richting van het vervaL Ten deele kan deze onregelmatigheid toegeschreven worden aan terrassenverbuiging, zooals bijv. in het geval van het witte kwartsgrint noordelijk van de Maas tusschen Namen en Luik. Wanneer echter, zooals zuidelijk van Namen, afzettingen (hierboven onder a en b genoemd) op 2 K.M. afstand gelegen een hoogteverschil van 30 M. vertoonen, moeten deze óf niet tezamen behooren, öf door jongere breuken op zulk een ongelijk niveau gekomen zijn.

Vóór een primair verschillend en niet synchroon zijn van a en b pleit een gering verschil in de samenstelling van het grint, doch het aantal goede ontsluitingen is niet groot genoeg om uit te maken, of er wel in het algemeen petrografisch verschil bestaat tusschen de hooger en de iets lager gelegen depots van wit kwartsgrint.

Tegen de aanname, dat het witte kwartsgrint primair op verschillende niveaus zou voorkomen, pleit het feit, dat het kwartsgrint steeds op onderling zeer gelijksoortige tertiaire zanden rust, die als een gelijkmatig dek de Ardennen schijnen te hebben bedekt Nu is het theoretisch denkbaar, dat de Maas, na eerst het hooger gelegen kwartsgrint te hebben afgezet zich verder kon insnijden en opnieuw kwartsgrint kon deponeeren, en wel op een 30 M. lager niveau, zonder daarbij de basis van het tertiaire dek te hebben bereikt De feitelijke toestand is hiermede echter niet in overeenstemming. Bij de Ferme St-Heribert hgt het kwartsgrint op 240 M. hoogte? 1% KM. noordelijker zag ik het vast gesteente bij hoogtelijn 215. Voor het tertiaire zand blijft dus op zijn allerhoogst een dikte van 25 M. mogelijk, maar allicht is deze veel geringer. Tegengesteld aan mijn in 1923 (23> 226

Sluiten