Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeer belangrijke afstanden als doorloopend terras zijn aanwezig geweest. Bij een poging tot reconstructie dezer terrassen uit de thans nog overgebleven fragmenten stuiten wij echter op een nieuwe moeihjkheid. namelijk de mogelijkheid, dat de oudere terrassen na hun afzetting door tektonische invloeden verbogen zijn. Uit den aard der zaak is men gewoon de terrassen naar hun relatieve hoogte te onderscheiden, doch om zulk een verbuiging met zekerheid te kunnen constateeren, zou noodig zijn een petrografische (of liever nog paleontologische) karakteristiek van elk der terrassen over een aanzienlijk deel van het dalgebied. Zulk een petrografische karakteristiek zullen wij, bij gebrek aan een voldoend aantal goed beschreven ontsluitingen in het grint, vooralsnog niet in staat zijn te geven, veel minder nog een paleontologische. Overigens is hierboven bij de vermelding van het grint van Devant-Joigny wel gebleken, dat het, zonder goede ontsluiting, in sommige gevallen zelfs al moeilijk is het witte kwartsgrint van het normale kwartaire grint te onderscheiden, a. Het grint langs de Lotharingsche Maas.

Voor de terrassen in deze streek geeft Vidal de la Blache (28) aan: laagterras ± 10 M. boven de Maas. middenterras 30 è 40 M. boven de Maas, hoogterras bij Verdun op 300 M. hoogte (110 M. relatief). Lorié (19) noemde echter indertijd grintafzettingen bij Pagny-sur-Meuse en aan de Moezel op 60 M. boven de rivier hoogterras, en noemde het grint op 110 M. en meer boven de rivier plateaugrint. Daar deze laatste afzettingen werkelijk het karakter van plateaubedekking dragen en de hoogstgelegen grintdepots in dit gebied uitmaken, schijnt mij de opvatting van lorié zeer aannemelijk, temeer, daar wij de oudere terrassen in het hier behandelde gebied op iets geringere relatieve hoogte mogen verwachten dan in de Ardennen in verband met de opheffing van deze laatsten tijdens het Plistoceen *).

Allereerst vermeld ik nu eenige eigen waarnemingen.

Op hoogte 277 W. van St.-Mihiel geeft de geologische detailkaart 3l („alluvions anciennes") aan, 62 M. boven de Maas, dus hoogterras. Halverwege de hoogte bevindt zich ook een terrasje, dat wij middenterras zouden moeten noemen. Beide terrassen dragen grint, dat onderling geheel overeenstemt, zoodat mogelijk het lager gelegen grint afgespoeld is. Het grint, dat in een bruingele leem ligt, bevat veel witte gangkwarts, verder zwarte

*) Vooral ook verdient het afkeuring het grint op 300 M. hoogte in de streek van V e r d u n hoogterras te noemen, wijl de kwartaire ouderdom van dit grint niet eens vaststaat.

229

Sluiten