Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

conglomeraat van Burnot, phyllieten, onder-carbonische phthanieten, en brokjes bruinijzererts. In dit middenterrasgrint te Jambes zijn vroeger vrij veel gerolde verkiezelde fossielen uit de Jura aangetroffen (24); (21). e. Grint.bij Luik.

Te Haute-Préalle. W. van Herstal, is hier een bekende ontsluiting in het hoogterrasgrint. Voorzoover dit waar te nemen was, bevat het grint hier geen grootere blokken, de grootste steenen maten slechts dM. Naast witte kwartsen, volgens Lorié (20) de helft van het grint uitmakend, zijn Revinien-kwartsieten hier talrijk. Verder merkte ik bier verschillende andere palaeozoïsche kwartsieten en zandsteenen op, o.a. een kwartsiet met het uiterhjk van Taunuskwartsiet, voorts zwarte kiezelleien, ondercarbonische phthanieten, en een eironden vuursteen. Voor het eerst komen hier meerdere hoekige vuursteenen uit het senone Krijt voor. Uit deze zelfde groeve vermeldden indertijd Forir en Lohest (5) een Rhynchonella uit de Fransche Jura.

Ook aan de overzijde van de Maas, bij Richelle, Z. van Visé, is het hoogterras op overeenkomstige wijze ontwikkeld.

GERAADPLEEGDE LITERATUUR.

1. Barrois, Ch.: Sur 1'étendue du système tertiaire inférieur dans les Ardennes et sur les argiles a silex. Ann. Soc. geol. du Nord, tome VI, pp. 340—376. Lille, 1879.

2. Bleicher, G.: Compte rendu détaillé des excursions d. 1. session extraordinaire annuelle a Nancy et dans les Vosges. Bulletin d. 1. Soc. beige de geologie, tome XIII; Mémoires, pp. 88—107. Bruxelles, 1899.

3. Buvignier, A.: Statistique géologique, minéralogique, minérallurgique et paléon» tologique du département de la Meuse. Paris, 1852.

4. Eindverslag over de onderzoekingen en uitkomsten van den dienst der Rijks» opsporing van Delfstoffen in Nederland 1903—1916; Hoofdstuk II: Algemeen overzicht over den geologischen bouw van Nederland. Amsterdam, 1918.

5. For/r, H. et M. Lohest: Compte rendu d. 1. session extraordinaire a Liége. Ann. d. 1. Soc. géologique de Belgique, tome XXIII; Bulletin, pp. CXXXIX— CLXXXIV. Liége, 1896.

6. Fourmarier, P.: Sur la présence de galets oolithiques dans les graviers tertiaires de Cokaifagne (Sart»lez»Spa). Académie royale de Belgique; Bulletin d. 1. Classe des Sciences, seance du 8 mai 1923, pp. 198—202. Bruxelles, 1923»

7. 'Gosselet: Compte*rendu de 1'Excursion dans les Ardennes du 23 aoüt au 5 sep* tembre 1876. Ann. Soc. geol. du Nord, tome IV, pp. 210—231. Lille, 1877.

8. : Sur le caillou de Stonne. Ibidem, tome VIII, pp. 205—208. Lille, 1882.

9. : L'Ardenne. Paris, 1888.

10. : Deuxième note sur le caillou de Stonne. Ann. Soc. geol. du Nord, tome

XVIII, pp. 170—177. Lille, 1891.

234

Sluiten