Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sehen Atlas zijn ideeën kon verwezenlijken, al was het slechts voor regenkaarten, plantengeografische en ethnografische kaarten. Desalniettemin bleef de Mercator-projectie haar plaats in onze atlassen behouden.

De laatste veertig jaar hebben zich vooral met de kwestie bezig gehouden Aïtoff. Günther, Hammee, Bludau, Peuckec, Eckert en Winkel

De meeste leerboeken over kartografie van den laatsten tijd wijden een geheel hoofdstuk of enkele regels aan het ondoelmatige van de Mercatorprojectie voor geografische wereldkaarten: Breusing1), Zondervan1), Krümmel und -dfcert3), Defossez1), Zöppritz-Bwdau •), Hinks"), Deetz and Adams7). Merkwaardig, dat Wanner in zijn leerboek8) zich er slecht» toe bepaalt de eigenschappen der Mercator-projectie te noemen beneven» haar groote waarde voor de wetenschap en voor de practijk van de zeevaart, maar nergens het verkeerde van het gebruik dier projectie voor een geografische kaart naar voren brengt. Evenzoo Gro/Z9), die slechts in 't hoofdstuk, Wahl der Projektion bei Darstellung eines Gebietes, schrijft: „lm allgemeinen spielen die winkeltreuen Projektionen auf geographischen Karten keine grosse Rolle, mit Ausnahme der Merkatorkarte für Seekarten". Om de aarde in een samenhangend geheel af te beelden noemt hij: Hammers flachentreue Planisphare, Mollweide-Babinets Projektion") en StabWerners Projektion.

Tot degenen, die door *t uitdenken van andere projecties ons in staat gesteld hebben, de Mercator-projectie los te laten en naast die van MercatorSanson (17e eeuw) en Lambert (1772) beter aan haar doel beantwoordende graadnetten te gebruiken11), behooren behalve Mollweide (1805); Aïtoff (1892), Hammer (1892), Schjerning (1903), van der Grinten (1904).

i) A Breusing, Das Verebnen der Kugeloberflache für Gradnetzentwürfe, Leipzig

18n*HZ'Zondervan, Allgemeine Kartenkunde. Leipzig 1901, blz. 105/106.

») O Krümmel und M. Eckert Geographisches Praktikum, Leipzig 1908, bl. iU

") L. Defossez, Les cartes géographiques. Paris 1910, blz. 99, 106/107.

») Zöppritz*Bludau, Leitfaden der Kartenentwurfslehre. I Die Projektionslehre. Dritter Auflage, Leipzig 1912, blz. 165, 175.

e) A R. Hinks, Map projections. Second ed. Cambridge 1921, blz. /».

') C. H. Deetz and O. S. Adams, Elements of Map Projection. Washington 1921. blz. 32, 101, zie ook blz. 146, 147. . ,

8) H. Wagner, Lehrbuch der Geographie. Hannover 1920, blz. 208.

») M Groü, Kartenkunde, I Die Projektionen. Berlin, Leipzig 1912, blz. 93,

io) Tegenwoordig eenvoudig Projectie van Mollweide genoemd.

») Zie vooral over deze kwestie: M. Eckert, Die Kartenwissenschaft, Band 1, blz 153—159. L Allgemeinere geographische Anforderungen an die Kartennetze. H. *Die geographische Brauchbarkeit einiger Projektionen. Zie verder ook in Zöppritz—Bludau, Die Kartenentwurfslehre blz. 223—232. 274

Sluiten