Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER DE GEOGRAFISCHE VERSPREIDING VAN SOMMIGE VOGELS VAN NEDERLAND. DOOR Dr. JAC. P. THYSSE.

De gemakkelijkheid en de snelheid, waarmede de vogels zich over groote afstanden kunnen verplaatsen, hun dikwerf zeer groot weerstandsvermogen tegen lage temperaturen en hun groote algemeene adaptiviteit zou al hcht de meening kunnen doen ontstaan, dat de geografische verspreiding der vogelsoorten zeer onvast zou kunnen zijn en zelfs van jaar tot jaar moeilijk te volgen. Inderdaad heeft al jaren geleden Kurt Graeser de stelling verkondigd, dat de vogels, toen ze pas op de wereld waren en vooral in het Tertiair met zijn voor ons zoo vreemdsoortige klimatologische toestanden allemaal vrij rondzwierven over de heele wereld: een chaotische vogelbevolking van Pool tot Pool. De ijstijd zou daar verandering in gebracht hebben. De vroohjke zwervers werden opgesloten in een beperkte ruimte en bij het wijken van het ijs werd het vrijkomend land weer in bezit genomen, met periodieke voorstooten in eiken nieuwen zomer en zoo ontstond dan de trekbeweging en de uitbreiding, die thans nog aan den gang is.

Deze theorie heeft voor den leek veel aantrekkelijks, maar de naïeve simpelheid ervan is allerminst in overeenstemming met de feiten zelve. Zelfs de geriefelijke ijstijd is niet zoo eenvoudig, als hij wel hjkt en het analogon van de vroegere ijsbedekkingen, de tegenwoordige pool- en gletscherwereld, verrast ons nog dagelijks door nieuwe mogelijkheden, die we vroeger niet beseften. In plaats van de doode ijsmassa krijgen wij tegenwoordig „the friendly Arctic" van Wjilhjalmur Steffanson.

Graeser's aardige gedachte heeft dan ook reeds lang afgedaan, 't Is waar, er zijn vogelsoorten, die thans nog min of meer aan zijn opvatting beantwoorden, getuige de Kanoet-Strandlooper, die nestelt in het Noord332

Sluiten