Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar voor op enkele plaatsen in Nederland: de Lepelaar in het Naardermeer, het Zwanewater en soms in de Muy op Texel, de purpurreiger in het Naardermeer en nog op enkele andere plaatsen in de Utrechtsche yeenplassen. De meest nabij zijnde broedplaatsen van de lepelaar vinden we in Zuid-Spanje en Hongarije, van de purpurreiger ook nog wel in Frankrijk. Met groote belangstelling zien wij tegemoet, wat er gebeuren zal met de lepelaars na de afsluiting van de Zuiderzee, hun voornaamste voederplaats. Het is wel zoo goed als zeker dat èn de lepelaars èn de purpurreigers in ons land reeds lang het lot van de kwak gedeeld zouden hebben, indien ze niet reeds sedert jaren krachtdadig beschermd waren geworden. Zij stonden voor ons land op de „Aussterbe-état."

Tegenover deze soorten, die voor ons land verloren gingen of verloren dreigden te gaan, staan er een aantal, die in de laatste 30 jaren in ons land zijn komen broeden, vogels, die hun gebied uitbreiden: Europeesche kanarie, dwergvhegenvanger, groote gele kwikstaart, waterspreeuw, waterrietzanger, rouwkwikstaart, zwarte specht, eidereend, middelste zaagbek, Noorsche zeezwaluw, oeverloopers, kramsvogel en koperwiek. Andere soorten, die dertig jaar geleden hier reeds broedden zijn veel talrijker geworden zooals de groote lijster, de kuifleeuwerik. Het puttertje breidt zich thans op zeer merkwaardige wijze uit langs de groote rivieren.

Onder de hierboven genoemde soorten zijn er stellig vele, die al lang hier broeden, maar die onopgemerkt waren gebleven. Dat geldt stelhg voor de Noorsche zeezwaluw en ook wel voor de groote gele kwikstaart, rouwkwikstaart, koperwiek en kramsvogel. Maar met de zwarte specht hebben we een mooi positief geval van een vogel, die nieuwe gebieden verovert. Zijn komst was reeds uit Duitschland gesignaleerd. Dan wordt hij bij ons al meer en meer waargenomen in den zwerftijd. Eindehjk komen waarnemingen in den zomer en dan het nestelen, eerst in Twente en den Achterhoek, heel aan de Duitsche grens, maar hij komt al verder en verder en heeft thans de Veluwe al geheel veroverd, allemaal in tien jaar tijds. De oorzaak van deze plotselinge voorspoed kennen wij niet. Hetzelfde geldt voor de Europeesche kanarie, maar die is thans pas net eventjes over de Oostgrens evenals de kleine Vliegenvanger, die nog maar tot de sporadische verschijningen gerekend moet worden. De groote gele kwikstaart blijft zich nog beperken tot de beken van Limburg en den Achterhoek, met helder water en vaak keiïgen bodem. We moeten nog afwachten of hij ook in troebel water visschen wil. De waterspreeuw bhjft in ZuidLimburg. Heel bijzonder, haast eilandachtig, is het broeden van den Waterrietzanger aan het Meppeler diep. Wij verwachten echter, dat voorgezette 334

Sluiten