Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vervuld worden dan hier. De Engelsche kwikstaart daarentegen, de rouwkwikstaart, is naar Nederland overgestoken en broedt nu hier, vaak in bastaardeering met de gewone witte kwikstaart.

Of de eidereenden, die sinds 1906 op Vlieland broeden, afkomstig zijn uit Schotland of van Sylt en Amrum zou ik niet kunnen zeggen, maar het tweede is 't waarschijnlijkst In ieder geval hebben wij hier te doen met een uitbreiding naar het Zuiden en Vlieland is thans de zuidelijkste broedplaats der eidereenden. Het feit, dat zij er stand gehouden hebben nu al sinds 18 jaren, misschien langer, en gedurende geruimen tijd zonder ernstige bescherming, pleit er wel voor, dat wij hier te doen hebben met een zeer reëel expansie-verschijnsel. In 1912 vond ik op Rottum midden in den broedtijd (begin Juni) een mannetje van den middelsten zager in prachtkleed, dood. Het volgend jaar heeft een paartje met goeden uitslag gebroed op de Noordwestplaat bij Rottum. Later is er niets meer van vernomen en het is zeer de vraag of dit sporadisch geval wel beschouwd mag worden als de voorlooper van de vestiging bij ons te lande van deze interessante duikersoort, die dan alweer of uit Schotland of uit Denemarken tot ons gekomen zou zijn, want de Duitsche broedplaats op Poel is van te weinig belang, dan dat zij nu reeds kolonisten zou kunnen opleveren.

Onder de echte zwerfvogels, die hier sporadisch verschijnen, lijkt mij vooral de ibis van beteekenis. Haast ieder jaar vertoonen zich enkele ibissen in ons land, soms in 't voorjaar, maar vaker in het najaar. Ook in Engeland worden zij dikwijls gezien. Het zou mogehjk kunnen zijn, dat wij hier te doen hebben met een soort, die in de ijstijden uit deze streken is verdreven en die nu weer contact zoekt, maar geen gelegenheid ziet, om zich te vestigen. De naaste broedplaatsen hggen in de Camargue en in Hongarije. Wij weten niet, of vroeger ibissen in Midden-West-Europa hebben gebroed." Wel is dat bekend van een andere vogelsoort met een tropisch klinkenden naam, n.1. de Pehcaan, waarvan beenderen gevonden zijn in de venen van Lincolnshire. Pehcanen broeden thans nog in het Donaugebied en zouden zeer goed weer noordelijker en westelijker kunnen gaan, als ze er een goede gelegenheid vonden. In Amerika is het hun werkelijk gelukt, want daar hebben de pehcanen een broedkolonie gevestigd aan de Groote Slavenrivier, nabij fort Smith, juist op den 60sten breedtegraad, dat is de breedte van St. Petersburg of van het zuidelijk puntje van Groenland. In Europa heeft de mensch echter een dusdanig beslag op den bodem gelegd, dat een voorstoot van de ibissen, zoowel als van de pehcanen wel tot de grootste onwaarschijnlijkheden gerekend moet worden. Intusschen moet ik erkennen, dat ik veertig jaar geleden de vestiging hier 336

Sluiten