Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dc Engelschen zelf zorgen voor de noodzakelijke uitwisseling; een eigen koopvaardijvloot brengt in de vele zeehandelshavens de noodige produkten en voert het surplus over zee af.l)

De Hollanders in de Middeleeuwen hadden een zeer belangrijken transitohandel. Deze was ontstaan uit eigen handel, als gevolg van een gevoeld te veel aan boter, kaas. visch e.d. •) Voor het haringkaken en het pekelen van de boter was zout noodig; de Hollanders gingen het zelf halen in de havens van Brouage, Rochelle, Santa Maria en San Lucar. Dat ruwe zout moest gezoden worden; al gauw begon men ook voor vreemden zout te zieden en werd dit nieuwe handelsprodukt vooral naar de Oostzeelanden gebracht, die er graan voor in de plaats gaven. Dit werd meerendeels naar Engeland. Frankrijk en Spanje gevoerd. Zoo ontstond er dus een uitgebreide handel tusschen Z.W. Europa en het Oostzeegebied, waarvan de Hollanders de bemiddelaars waren. Deze vrachtvaart bereikte haar hoogsten bloei, toen Holland en Zeeland deel uitmaakten van het Bourgondische Rijk en den steun ondervonden van de machtige vorsten, welke voor hen onmisbaar werd in den economischen, later poktieken strijd met het Hanza-verbond. De Hollandsche zeesteden namen zeer in bloei toe. vooral echter Amsterdam, dat langzamerhand den hoofdhandel geheel tot zich trok. Waarom? Men is geneigd, daarvoor enkel geografische faktoren aan te geven: de meest gunstige ligging, goede verbindingen met het achterland e.d.; bij nadere beschouwing komt men tot de voorstelling, dat de durf en kracht van de Amsterdamsche burgers, gesteund door een hen gunstig gezinde landsregeering. als hoofdoorzaak moet gelden. Prof. H. Bmgmans drukt zich in zijn werk „Opkomst en bloei van Amsterdam" *als volgt uit:

De stad lag niet aan een groote rivier; een achterland van beteekenis had ze niet. Aan zee lag zij evenmin; zelfs was zij van de Zuiderzee nog door zandbanken gescheiden; ook in dat opzicht waren alle NoordhoUandsche zeesteden haar voor. Haar haven was niet voortreffelijk; dikwijls belette de wind de invaart. Toch zien wij Amsterdam steeds meer in beteekenis vooruitgaan en niet alleen een groot deel van den binnenlandschen handel tot zich

Een duidelijke uiteenzetting van den Engelschen handel geeft o.a.: HerSsoTand Howarth. The british Isles and mediterranean possess.ons, pag.

1^V|lFruin. Handel en welvaart der Vereenigde Nederlanden.

(Hoofdstuk 13 van: Tien Jaren uit den 80.jarigen Oorlog, pag 163 vlg.)

Th Bussemaker. Uit onzen Bloeitijd. De Handel. .

A. Prtagsb^hn? Beitrage zur wirtschaftl. Entwicklungsgeschichte der Veremigten Niederlande im 17. und 18. Jahrhundert 340

Sluiten