Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PRACTISCHE GEOGRAFIE DOOR L. VAN VUUREN.

Naast mij woont een oud-leerling van Schuiling uit den tijd, dat laatstgenoemde verbonden was aan de Kweekschool voor onderwijzers te Deventer, om er de jonge mannen, die hun leven wilden wijden aan het onderwijs, de liefde bij te brengen voor de aardrijkskunde Niet de kennis, dat kwam vanzelf onder den veeleischenden jongen leeraar, maar de hefde. Bevruchtend moest het onderwijs werken, wilde men verwachten, dat de jonge onderwijzer zelf straks die onmisbare liefde zou weten te wekken.

Het is misschien wel dertig jaren geleden en gij moet hem nu nog hooren over het veeleischende, ja, maar onafscheidelijk daarmede verbonden over

de toewijding, waardoor je het leeren moest of je wilde of niet en er zelf

pleizier in kreeg.

Daarom wil ik voor Schuihng schrijven over de practische geografie. Niets immers is in staat zoo de hefde voor een vak te wekken als de practische toepassing ervan. In die mate kan zelfs het meest toegewijde onderwijs dat niet doen.

De aardrijkskunde is een kind van de kolonisatiedrang der volken. Hoever wilt ge dat ik terugga? Van Genesis I tot heden is het zoo geweest. Ik laat nu in het midden of die kolonisatiedrang een secundair verschijnsel is, geboren uit tal van andere sociale verschijnselen, maar hij heeft in eerste en laatste instantie de aardrijkskundige kennis noodig gemaakt en daardoor bevorderd.

Daarnaast heeft de godsdienst van de oudste tijden af nagenoeg even sterk gewerkt in dien zin, maar er is een belangrijk verschil.

De profeet, die uittrok om de Openbaring weer opnieuw in zuiverder vorm te brengen aan de volkeren, verrijkte de aardrijkskundige kennis, maar hij had haar niet noodig. Als Zoroaster uitgaat van het land tusschen Araxes en Cyrus aan de Kaspische zee naar de rijke streek van Sogdiana en Bactria, 346

Sluiten