Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

achtig: mild in het geven van vele, schoone, ende veelderhande kostelijke vruchten. Selden kreunt sich hier den landman over quade jaerschaten; ende word niet soo dikmael, als elders, door vijerige winden, quade tochten! swarte vliegen, ende diergelijke ongevallen, in sijn hope bedrogen."

En verder: „In Zeeland spand het Teelandt verre boven alle anderen de croone. Want om nu niet te spreken van aneelzaed, raepzaed, koolzaed, boukweyt, erweten, krombecken ofte blancquertiens, vlas, coriander, nardus.' kaerden, ajuijn, welcke hier jaerlijcx in groote overvloedt gewonnen worden! soo word een groot deel van den acker hier beslagen, en pronkt met het schoonste Koren, voornementlijck Terwe, die in naestgelegen Landen veel vervoert, en boven andere gepresen werd. Neffens de terwe moet onder de kostelijke vruchten, die Zeeland geeft, ook gestelt werden de Meede en Krappe, die de Verwers gebruijcken."

Bijna overal bestaat de bodem uit zware klei, afgewisseld door lichtere zavelgronden; zware kleigronden vindt men vooral in 't Oosten van het eiland en in de Westelijke polders langs Schelde, Sloe en Zandkreek; maar ook hier komen plaatselijke verschillen voor; zoo zijn b.v. de deelen van den Wilhehninapolder beoosten de haven van Goes vrij wat lichter dan ' die ten Westen ervan. De lichtere gronden worden aangetroffen in 't kerngebied van den „Zak" van Zuid-Beveland, waar namen ais Heinkenszand en Ovezande al doen vermoeden, dat de samenstelhng van den bodem hier van 't gewone type afwijkt. Op plaatsen, waar de wateren niet voldoende tot rust kwamen, is zelfs wel nagenoeg zuiver zand bezonken, zooals in den Oudelandschen polder bij Heinkenszand; een stukje in den Schengepolder en in den Wilhehninapolder, waar zelfs, een bijzonderheid! een klein sparreen denneboschje wordt aangetroffen.

Wat de vruchtbaarheid der kleigronden betreft, kan een tegenstelling gemaakt worden tusschen de oudere en nieuwere gronden; eerstgenoemde waartoe b.v. de geheele Breede Watering bewesten Ierseke behoort, zijn veel minder vruchtbaar: hun structuur is in den loop der eeuwen achteruitgegaan, het kalkgehalte is verminderd; deze gronden zijn zeer gevoelig voor weersomstandigheden, ze slaan gemakkelijk dicht bij regenval, waardoor de luchtverversching in den bodem wordt belemmerd. Voor de fruitcultuur bhjken deze terreinen echter zeer geschikt

De waterstaatkundige toestand is over 't geheel voor den landbouw gunstigj het groote verschil tusschen eb en vloed (in 't Oostelijk deel der Wester-Schelde verschillen eb en vloed gemiddeld zelfs meer dan 4 M.) maakt de afwatering gemakkelijk. Door de hooge vloeden liggen de polders.

367

367

Sluiten