Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

althans de jongere, 1 a 2 M. boven A.P.; als overal in Zeeland zijn de oudste deelen, misschien bedijkt vóór ze voldoende „rijp" waren en sedert voortdurend langzaam gedaald, de laagste: beneden A.P. hggen enkele deelen van de Breede Watering, o.a. de Poel en de Ierseke Moer. Door de lage eb is natuurlijke loozing mogehjk; de ééne polder watert op de andere uit (slechts zelden ziet men een Amerikaanschen windmolen om b.v. een laag stukje weiland voldoende droog te houden) en ten slotte vloeit het water af in Wester- of Ooster-Schelde, soms nog door sluizen en sluisjes, die door den druk van 't water zelf geopend en gesloten worden. Slechts op twee punten heeft, zoo noodig, bemahng plaats; de polder de Breede Watering bewesten Ierseke heeft een gemaal (Dieselmotor met stoombemaling als aanvulling) aan den dijk tusschen Kattendijke en Wemeldinge, waardoor een gebied van 6350 H.A. wordt bemalen; aan den mond der vroegere Schenge staat een motorgemaal (Bronsmotor met locomobiel als reserve) bij de Piet, dat een groot waterschap bedient, waartoe o.a. de Schenge polder, de Kraayert polders en 't waterschap 's-Heer Arendskerke behooren, samen 1500 H.A. Veel landerijen worden tegenwoordig door buizen gedraineerd.

Alleen in de lage deelen vindt men uitgestrekte weidelandschappen; 't grootste is dat van de Poel, de streek tusschen Goes, 's-Heer Arendskerke, Nisse en 's-Gravenpolder; verder de Ierseke Moer, de streek tusschen Biezelinge en Ierseke; ook de lage polder van Ellewoutsdijk bestaat gedeeltelijk uit weiland.

Het grasland neemt (1923) bijna 7500 H.A. in beslag, iets meer dan het vijfde deel van 't geheele eiland, eenige honderden H.A. minder dan een kwart eeuw geleden.

De veeteelt is dus op Zuid-Beveland niet allereerst belangrijk; 't meest natuurlijk in de omgeving der weidegebieden. Maar ook in de bouwstreken houdt men op de boerderijen eenige koeien, om nuttig gebruik te kunnen maken van de met gras begroeide dijken, om de afvalproducten van den landbouw (bietekoppen, blaren, stroo, kaf) economisch te gebruiken, terwijl ook de stalmest voor den landbouwer van waarde is. Uitvoer van zuivelproducten heeft niet plaats; men voorziet de eigen bevolking van consumptiemelk en boter (Goesche markt), die meest op de boerderij wordt gemaakt. Alleen Wemeldinge heeft een kleine (handkracht) coöperatieve fabriek van zuivelproducten, Goes een nog onbeduidender inrichting. Aan fokkerij wordt niet voldoende gedaan, zoodat in 't najaar jong vee wordt ingevoerd, dat met de afvalproducten van den landbouw wordt gemest. Gemiddeld zullen de Zuidbevelandsche boerderijen 10—15 stuks rundvee hebben. 368

368

Sluiten