Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woonlijk vervroegd met 't oog op de campagne der suikerfabrieken in verband met mogelijke vorst. Voor den niet-landbouwer is deze tijd minder aangenaam door de onbegaanbaar slikkerige wegen (kom nooit fietstochten maken in den bietentijd!) en vooral door de verschrikkelijk onsmakelijke melk, gevolg van 't voeren van bladeren en koppen der bieten, minder door de pulp, die ook gedroogd in den handel komt.

De cultuur van suikerbieten neemt voortdurend toe; in 1923 in ons land 67500 H.A., waarvan in Zeeland ruim 25000 H.A. en op Zuid-Beveland alleen bijna 5000 H.A.

Zeer te betreuren is voor Zuid-Beveland, dat het plan aan 't Goesche Sas een suikerfabriek te bouwen, niet is doorgegaan; volgens sommigen door gebrek aan zoet water, ofschoon de Bevelandsche waterleiding reeds geopend was, volgens anderen door allerlei tegenwerking, waarbij gefluisterd

wordt van vrees voor het socialisme! Nadat nog een plan beraamd

was tot het stichten eener fabriek aan de Arne bij Middelburg, is ten slotte aangekocht en sedert aanzienlijk uitgebreid een fabriek te Bergen-op-Zoom. De meeste bieten van Zuid-Beveland worden nu, zooveel mogehjk per schip, waarvoor elk plaatsje aan Ooster- of Wester-Schelde een kleine haven heeft, vervoerd naar de Coöperatieve Beetsuikerfabriek Zeeland te Bergen op Zoom, de Coöperatieve Suikerfabriek en Raffinaderij Dinteloord te Stampersgat, de Eerste Nederlandsche Coöperatieve Beetwortelsuikerfabriek te Sas van Gent, de Coöperatieve Beetwortelsuikerfabrieken te Rozendaal, Zevenbergen, e. m. a.

De landbouwbedrijven op Zuid-Beveland zijn meestal groot; vooral in 't Oosten, Noorden en Westen zijn veel boerderijen met 40—50 H.A. bouwgrond; in den z.g.n. Zak van Zuid-Beveland hggen tusschen grootere ook veel kleine bedrijven verspreid en ontegenzeggelijk is daar het bedrijf, ook wat betreft de toestanden voor de arbeiders, wat achterlijk vergeleken bij eerstgenoemde gebieden.

Een algemeen bekend grootbedrijf, 't grootste in Nederland, is dat van de Maatschappij „de Wilhelmina- en Oost-Bevelander-Polder", die ongeveer 1600 H.A. op wetenschappelijke, moderne wijze onder zeer deskundige leiding in cultuur brengt, verdeeld over zes hofsteden onder eigen opzichters of kasteleins, en een groote veehoeve bezit met fokkerij van paarden, rundvee, schapen, varkens: men legt zich toe op teelt van zaaigranen en pootaardappelen, voor ooftbouw is een belangrijke proeftuin aangelegd, bijen worden gehouden voor de bestuiving der vruchtboomen, enz. (Zie de be372

372

Sluiten