Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10

te wreken, nu de hulp in der Manchus ten Noorden van Peking, die zieh gaarne in den strijd mengden. Het gevolg was, dat Li Tzu-cheng verslagen en van Peking verdreven werd, achtervolgd door Wu San Kwei. Ondertusschen trokken de Manchus Peking binnen, maar inplaats van na afloop der vijandelijkheden zich weder naar hun Noordelijke steppen terug te trekken, bezetten zij de hoofdstad met hun legers en verklaarden zich meesters van het Rijk. De Khan der Manchus, Tientsung, weinige dagen hierna (in 1644) overlijdende, werd door zijn zoon Shun Chili, een knaap van zes jaren oud, opgevolgd, onder voogdij van een Regent. Shun Chih wordt als de eerste Keizer der Manchu-dynastie beschouwd. Aldus eindigde, in 1644, de dynastie der Mings, het laatste Chineesche stamhuis, na 275 jaren den scepter over China gevoerd te hebben.

De Mancku of Ta C%imgr-dynastie (A.D. 1644—1911) kan op verscheidene uitmuntende vorsten bogen. Zij spaarden geen moeite om de Chineesche bevolking voor zich te winnen, en stonden er slechts op, dat de mannelijke Chineezen het hoofdhaar in een cirkel moesten scheren en, naar Manchu gebruik, het haar op de kruin in een enkele lange haarvlecht dragen, welke mode, met gestrengheid opgedrongen, na verloop van tijd het nationale kapsel werd. Dit is de oorzaak der haarvlecht, welke zelfs tegenwoordig nog veelvuldig gedragen wordt, ofschoon zij na het uitroepen der republiek officieel afgeschaft werd. Een groot gedeelte van de regeering van Shun Chih, den eersten Keizer (1644—1662), werd ingenomen met het veroveren van de Zuidelijke provinciën, waar de aanhangers der verdreven Ming-dynastie met afwisselend geluk tegenstand boden. Onder de aanvoerders der oppositie tegen de Manchus moet vooral genoemd worden Cheng Chih-lung, door de Europeanen I Kwan genoemd, eerst zeeroover en daarna grootadmiraal der Mings, en zijn zoon de groote zeeschuimer Cheng Ch'eng Kung, die van Keizer Chung Cheng der Ming-dynastie, de Kwo-hsing (Rijksnaam) had ontvangen en dientengevolge bij den naam „Kwohsinga" genoemd werd — door de Europeanen „Koxinga" gedoopt, — ook in onze geschiedenis wel bekend in verband met den treurigen afloop onzer kolonisatie van Formosa. (1624—1662)

1) Mayers zegt van deze twee interessante personages het volgende: „Cheng Chih-lung: A native of Fukien, who, having resided at the Japanese settlement on the island of Formosa at the olose of the MingDynastie, rose to a position of great éminence and power through his influence over the people of the

Sluiten