Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

36

sluit dus in alle plaatsen in China buiten de voor den internationalen handel opengestelde tfractaat-havens, om het even of de plaats in werkelijkheid in het „Binnenland" of aan de rivieren of de zeekust gelegen is. „Binnenland" wordt dus hier gebezigd als tegenstelling van „open haven". De rechten aan Nederlanders volgens Art. III van ons verdrag toegestaan zijn, dat zij, hetzij voor hun genoegen, hetzij om handel te drijven, in het binnenland van China kunnen reizen. Reizen zij voor hun genoegen, dan moeten zij zich van een paspoort voorzien afgegeven door den Nederlandschen Consul der haven waar de reis aanvangt en gezegeld door de plaatselijke overheid aldaar, welk stuk aan de Chineesche overheden der plaatsen, door welke de reis voert, moet worden vertoond. De reizigers zullen overal ongehinderd personen of vaartuigen voor hun vervoer mogen huren. Verder zegt Artikel III, dat mocht een Nederlander reizen „zonder voldoend paspoort" (de Chineesche text luidt „zonder paspoort of voorzien van een valsch paspoort", hetgeen niet hetzelfde is), of wel gedurende znn reis op de wetten des lands inbreuk maken, zoo zal hij worden gevat en aan het naastbij gelegene consulaat der Nederlanden worden overgeleverd ter berechting.

Dit alles is toepasselijk op hen, die voor hun genoegen reizen. Indien Nederlanders echter in het binnenland reizen om handel te drijven, of handelsgoederen te vervoeren, dan moeten zij de bestaande algemeene bepalingen daaromtrent in acht nemen. In het binnenland handelshuizen of winkels vestigen, vervolgt Artikel III, zal hun niet geoorloofd zijn. Deze laatste bepaling was van kracht ten tijde van de onderteekening van het verdrag in 1863. Sindsdien is echter veel veranderd. Het Verdrag van Shimonoseki van 17 April 1895 door Japan aan China opgelegd na den Chineesch-Japanschen oorlog, stipuleert in Artikel VI '), dat Japansche onderdanen „purchasing goods or produce in the „interior of China or transporting imported merchandise into the „interior of China shall have the right temporarily to rent or „hire warehouses for the storage of the articles so purchased or „transported." Het Verdrag van 24 Mei 1915 tusschen deze beide landen gaat nog verder, waar het in artikels 2, 3, en 4 vergunning geeft aan Japansche onderdanen om in Zuid-Manchurije

1) Treaties, Conventions, eto. II, blz. 593.

Sluiten