Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

75

heden onder (a) genoemd. Het daarop volgend verdrag (6) is voor ons van gewicht voor de herziening der invoer tarieven die het toestaat en wel allereerst wegens de belofte om de schedulen binnen het kader van de bestaande verdragen tot de volle 5% ad valornm op te voeren. Dit is reeds geschied en het nieuwe tarief van invoerrechten werd vanaf 17 Januari 1923 ingevoerd. Verder bepaalde dit verdrag, dat eene bijzondere conferentie bijeengeroepen zou worden, bestaande uit vertegenwoordigers der mogendheden te Washington vergaderd, en zulke andere machten als tot deelneming gemachtigd waren, met het doel de spoedige afschaffing der „likin" rechten voor te bereiden en het uitvoeren der bepalingen der Verdragen van 1902 en 1903 op dit punt te bevorderen. In afwachting van dit te bereiken resultaat zou deze bijzondere conferentie machtiging kunnen verleenen tot eene extra heffing van 2\°/0 ad valorem op ingevoerde goederen, die voor weelde-artikelen zou kunnen worden verhoogd tot een bedrag 5% ad valorem niet te boven gaande. Deze bijzondere conferentie was bestemd om binnen drie maanden na het van kracht worden van het bovengenoemde verdrag van 6 Februari 1922 bijeengeroepen te worden, maar is tot heden nog niet tot stand gekomen.

Onder de Resoluties te Washington aangenomen zijn voor deze studie de drie resoluties nopens de exterritorialiteit (c) van veel belang, deze zijn daarom ook in extenso in bijlage F afgedrukt. Zooals men ziet, beoogen deze resoluties het instellen van eene Commissie, welke tot taak zal hebben de tegenwoordige toestanden met betrekking tot de toepassing der exterritorialiteitsrechten aan een grondig onderzoek te onderwerpen, ten einde aan de verschillende regeeringen aanbevelingen te kunnen doen nopens de middelen, die tot verbetering en het afschaffen der bestaande rechten der mogendheden op dit gebied kunnen leiden.

C. Overeenkomsten, China betreffende tusschen Nederland en andere Mogendheden gesloten.

Tot besluit van dit hoofdstuk noemen wij nog twee gevallen, waarin Nederland met een ander land nota's gewisseld heeft betreffende China buiten de medewerking van dit land om. Het zijn: I. Wisseling van Nota's tusschen Nederland en Groot-Brittannië nopens de wederzijdsche bescherming van handelsmerken in China (Britsche Nota van 15 Augustus 1904 en het

Sluiten