Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

89

ris van Staat te Washington van den 5den Juli 1844*) zegt de Heer Cushing onder meer: „All Americans in China are to be „subject only to the jurisdiction of their own government, both „in criminal matters and in questions of civil right. I shall have „occasion hereafter to enter into these subjeets somewhat in detail, „and to suggest to the President the expediency of recommending „to congress the enactment of laws in this relation applicable „not only to Americans in China, but in Turkey and elsewhere „in Asia, where Americans (in common with Europeans) are in „like manner exempt from the jurisdiction of the local government." De „occasion hereafter" in dezen brief aangekondigd werd gevonden in 's Heeren Cushing's missive van den 9den September 1844 aan den Secretaris van Staat, welke uitvoerig door Willoughby 2) en Koo 3) aangehaald wordt. De slotsom der meeningen, door den Heer Cushing in deze correspondentie met zijn chef gehuldigd, was, dat het Amerikaansche Gouvernement exterritoriale rechten in China behoorde te eischen, niet als een concessie van* de zijde van China, maar als een beginsel van internationaal recht. Immers — zoo de Heer Cushing — de rechtstoestanden in China waren toentertijd van zoodanigen aard, dat deze te vergelijken waren met de toestanden in de Levant, waar reeds lang exterritorialiteit voor onderdanen der Westersche mogendheden bestond.

Uit de beschouwingen, die wij hierboven reeds voorgelegd hebben, moet men tot de gevolgtrekking komen, dat des Heeren Cushing's theorie van de ontwikkeling der exterritorialiteitsrechten in China op een dwaling berustte. Het is slechts noodig erop te wijzen, dat de Mohammedaansche landen gewoonlijk volkomen bereid gevonden waren toe te staan, dat vreemdelingen en ongeloovigen onder hun eigen wetten bleven en uit deze gewoonte ontwikkelde zich van lieverlede een toestand, die ten slotte zijn erkenning vond in de capitulaties, die het systeem van exterritorialiteit in de landen van den Islam beheerschten. In China, daarentegen, is het geheele samenstel der exterritoriale rechten gebaseerd op concessies door China gedaan in hare verdragen met de Westersche mogendheden, en berust daarom op uitdrukkelijk beschreven overeenkomsten. De rechten spruiten dus uit de verdragen of overeenkomsten voort, en de toestand is derhalve

1) Chinese Repository, Vol. XIV, 1845, blz. 556.

2) Willoughby, Foreign Rights and Interests in China, blz. 15.

3) Koo, The Status of Aliens in.China, blz., 146.

Sluiten