Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

101

China en de Vreemde Mogendheden bezat China nog geen ondervinding op het gebied van internationale betrekkingen en onderhandelingen, en toen de bepalingen onderteekend werden, waarbij vreemdelingen bijzondere reehten in China verkregen, was het zeer waarschijnlijk, dat de Chineesehe onderhandelaars het volle gewicht van hunne daad niet beseften, —■ zelfs niet ten volle het belang ervan voor de toekomst begrepen. Maar gedurende de bijna tachtig jaren, die er sedert verloopen zijn, hebben de Chineesche ambtenaren veel geleerd, weten nu, dat de vreemde mogendheden onder elkaar niet aan hun wederzijdsche onderdanen de voorrechten gunnen, die China door de verdragen gedwongen is geweest af te staan. Ook is dit tijdsverloop ruim voldoende geweest om de gebreken, die inhaerent aan het systeem zijn, duidelijk te voorschijn te brengen: immers dat verscheidene nadeden het systeem van exterritorialiteit aankleven valt niet te ontkennen. Wij noemen er hier eenige op, gegroepeerd volgens het .standpunt der vreemdelingen en volgens dat der Chineezen: Nadeden voor Vreemdelingen:

1. De uitoefening der exterritoriale rechtsmacht heeft een verwarrende menigvuldigheid van rechtbanken, dikwijls in één en dezelfde localiteit, in het leven geroepen, want elke natie moet rechtbanken voor hare landgenooten in verscheidene verdraghavens onderhouden.

2. De tegenstrijdigheid in de plichten der Consuls, die in de meeste gevallen over de buitenlandsche rechtbanken in China presideeren, is lastig te ontgaan. De Consul als zoodanig is de beschermer en raadgever zijner landgenooten en behoort hunne belangen voor te staan en te behartigen; hij moet „in alles naar zijn beste vermogen medewerken tot bevordering van den handel, de nijverheid, den landbouw en de scheepvaart van Nederland." 1) Als rechter moet hij echter onpartijdig rechtspreken. Bovendien is de opleiding en training van Consuls voor de belangrijke post van rechter in sommige landen minder goed dan in andere — dus, de voorzitter der rechtbank is niet altijd, men mag wel zeggen in de meeste gevallen niet, voldoende onderlegd voor zijn taak.

1) Consulaire Ambtseed, zie Consulair Reglement van 15 Nov. 1920, Stb. No. 818.

Sluiten