Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

108

het ons niet ondienstig, tot beter begrip van hetgeen volgt, eenige algemeene opmerkingen te laten voorop gaan. Het mag als bekend verondersteld worden, dat het instituut van Consuls van onderen datum is dan dat der diplomatieke missies en volgens de meeste schrijvers reeds tot de middeleeuwen terug gaat. „Mais la véritable „origine de 1'institntion", zegt Lawrence, „se tronve dans les „juges-consuls qui, après la chnte de 1'Empire d'Occident, furent „élus dans les pays du Sud de 1'Europe dans fintérêt du com„merce et de la navigation, par de commercants qni s'y étaient „établis en vertu de concessions qui leur avaient été faites iy

De rechter-consuls waren daarom de vertegenwoordigers niet van hun gouvernement, maar van hun medeburgers en genoten geen politieke of diplomatieke voorrechten. Het ontstaan en het nut hunner positie was het gevolg van de ontwikkeling in die tijden van den handel en de industrie in de handelssteden van Italië, Spanje en Frankrijk en de daardoor gebleken noodzakelijkheid van bijzondere gerechtshoven voor handelszaken. Op grond van geschiedkundige bronnen mag de oorsprong van consulaire rechtbanken als bevoegde autoriteit meer speciaal van handelszaken, gezocht worden in de tiende eeuw, toen vooral de consulaire rechtbank te Venetië tot ontwikkeling kwam *). Tégen het einde der twaalfde eeuw zaten daar zelfs rechters, wier plicht het was oneenigheden tusschen vreemdelingen en burgers der republiek zoowel als tusschen vreemdelingen onderling te berechten 8). In hun plaats traden in de dertiende eeuw de „consules mercatorum", terzijde gestaan door de „sopra consolie", die de erkende rechters waren voor alle zaken betreffende handel en koopvaardij. In Oenua, in Marseilie en Montpellier, zoowel als in Barsolona en Valencia, vindt men in dit tijdperk dergelijke consulaire rechtbanken, 4) die, zooals gezegd, echter overwegend, het karakter van handels-tribunalen bezaten. Deze oud-Ehropeesche consulaire rechtbanken hadden wel weinig gemeen met de heden daagsche consulaten, maar het is toch veroorloofd deze rechtscolleges te beschouwen als de oorsprong en

1) W. B. Lawrence, Commentaire sur Wheaton, deel IV, blz. 2.

2) F. Martens: Das Consularwesen und die Consularjurisdiction im Oriënt, (Berlin, 1874,) blz. 47.

3) Martens, op.oit., blz. 47, ook K. Lippmann: Die Konsularjunsdiction im Oriënt, (Leipzig, 1898,) blz. 6.

4) Lippmann, op. oit., blz. 8.

Sluiten