Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

137

te hebben. De basis der Chineesche rechtsbeginselen is te vinden in de oeroude klassieke literatuur — dezelfde literatuur, welke Confucius en de andere Chineesche wijsgeeren geïnspireerd heeft.

De volgende korte Schets der Geschiedenis en Onturikkeling van het Chineesche Recht is misschien niet misplaatst hier in te voegen.

Volgens Chineesche traditie, meent Alabaster *), vindt men de eerste aanduiding van Recht, in dit geval familierecht, gedurende de regeering van Fu Hsi2), die de eerste der vijf keizers der legendarische periode was, waarmede de Chineesche geschiedschrijvers gemeenlijk hun verhaal beginnen. Deze vorst nu stelde het instituut van het huwelijk in. Vóór dien tijd schijnen tijdelijke verbintenissen de regel geweest te zijn, maar nu werd eenige orde geschapen, het volk zooals het toen bestond, in clans verdeeld en huwelijken tusschen leden van dezelfde clan verboden.

In het 76"» jaar van de regeering van Yao (2356—2258 v. Chr.) werden de „Vijf Straffen" ingesteld, ofschoon, zoo vertellen ons de analen, er eigenlijk geen misdadigers waren, daar het voorbeeld van den Keizer zoo veredelend op de massa werkte. Deze straffen waren, de doodstraf, castreeren, verminken, neus-afsnijden en voorhoofd branden 3).

De opvolger van Yao, Keizer Shun, (2255—2205 v. Chr.) was de eerste, die aan het reeds bestaande beginsel van rechtvaardigheid uiting gaf, met zijn bekenden regel: „Bij het toepassen der vijf straffen moet redelijkheid (rechtvaardigheid) betracht worden." Hij schiep tevens de mogelijkheid om de straffen te veranderen in verbanning, slagen met het bamboe, of boete, wanneer twijfel over de schuld der beklaagden bestond. Indien de daad buiten schuld, of bij toeval geschied was, schonk hij vergiffenis; bij herhaling paste hij echter de doodstraf toe. Her doel der wet was om de orde te handhaven in vasalstaten, om de ambtenaren hun plicht te laten doen, en om het volk te weerhouden van het plegen van buitensporigheden. Hieruit blijkt, dat de Chineesche conseptie van recht in de eerste plaats is strafrecht4). Als een bijzonder goede illustratie van het

1) E. Alabaster, Notes and Commentaries on Chinese Criminal Law, 1899 Introduction, par. 1.

2) W. P. Mayeis, The Chinese Reader's Manual (London 1874) blz. 366.

3) E. Alabaster, Notes on Chinese Law and praotice preoeding Revision; Journal North-China Branoh Boyal Asiatio Sooiety (Shanghai, 1906) blz. 84.

4) E. H. Parker, The Prinoiple of Chinese Law and Equity, Journal NorthChina Branoh, Boyal Asiatio Sooiety, (Shanghai, 1908) blz. 13.

Sluiten