Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

146

den Staat om die bemoeiingen van vreemde ambtenaren op zijn gebied te gedoogen en aan hunne verrichtingen rechtsgevolg toe te kennen en beantwoordt zijne vraag met de volgende woorden: „Voor zooveel die functiën wezenlijke overheidsbemoeiing betreffen, „— niet enkel raad, steun, bijstand-verleening aan onderdanen en „beschermelingen van den betrokken Staat —, luidt ons antwoord „ontkennend. De staat, op wiens gebied de diplomatieke en consulaire ambtenaar werkzaam is, behoeft in de private rechtssfeer „geene inkorting zijner souvereiniteit ten bate van de machtssfeer „van ambtenaren van vreemde mogendheden te dulden, dan voor „zooveel hij die uitdrukkelijk toestond. Wanneer men de uitvoerige, „zeer verscheiden bepalingen der verdragen, welke op dit stuk eene „regeling treffen, opslaat, wordt de indruk bevestigd, dat dé Staten „ten deze hunne rechten en plichten niet op de gewoonte, maar „op de uitdrukkelijke, beschreven overeenkomst willen doen rusten."

Wij hebben gemeend, dat het niet van nut ontbloot is hier de algemeene beginselen over deze materie naar voren te brengen als inleiding tot hetgeen wij ons voorstellen hieronder te zeggen over de speciale toestanden, die met betrekking tot de bescherming door de vreemde mogendheden van hunne onderdanen in China bestaan.

Er werd reeds op gewezen, dat tot het jaar 1844, toen het beginsel van exterritorialiteit en consulaire jurisdictie in de door China met de vreemde mogendheden gesloten tractaten tot uiting kwam, de Europeanen in China onderworpen waren aan de Chineesche Rechtbanken, die niet aarzelden voorkomende zaken te beoordeelen, vonnissen te wijzen en zelfs de doodstraf uit te spreken en te doen voltrekken.

Wij brengen tevens in herinnering, dat Rusland in artikel II van het verdrag van Nerchinsk van 1689 1) gelijke rechten van jurisdictie vastlegde voor China en voor Rusland over de bewoners der grènSstreken, terwijl het verdrag van 1727 2) tusschen deze landen in artikel X bepaalde, dat de misdadigers van beide landen aan hunne nationale autoriteiten onderworpen waren, en dat soldaten, die deserteerden en over de grenzen vluchtten onthoofd zouden worden, als het Chineezen, en gewurgd als het onderdanen van „1'Empire des Oros" waren. Aan dezen toestand kwam echter een

1) Treatiee, Cönv'entions, etc, I, blz. 5.

2) ibid blz. 36.

Sluiten