Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

148

Mexico, 14 December 1899 (Art. 13, 14 en 15)x); Zweden, 2 juli 1908 (art. 10) "); Chili, 18 Februari 1915 3);

Zwitserland, 13 Juni 1918 („Declaration" aan het einde van het verdrag) 4).

Over de regeling der consulaire jurisdictie en de toepassing der exterritoriale rechten kan nog het volgende gezegd worden. Aan de Nederlandsche Consulaire rechtspraak in het bijzonder zullen wij hieronder eenige beschouwingen wijden en ons dus hier beperken tot eenige algemeene opmerkingen, die de andere nationaliteiten betreffen, of die op alle vreemde Rechtbanken in China betrekking hebben. Met de uitzonderingen hierna genoemd kan men zeggen, dat alle vreemde consuls in China belast zijn met de toepassing der exterritoriale rechten, die hunne landgenooten in China genieten, hetgeen geschiedt door middel van consulaire rechtbanken, de samenstelling en competentie waarvan door de wetgevende macht van elk land voor zich zelf vastgesteld wordt.

De verdragen tusschen China en de Mogendheden wijzen in de meeste gevallen den Consulairen ambtenaar aan als de autoriteit, welke bevoegd is de rechtspraak over zijne landgenooten uit te oefenen, terwijl geen melding gemaakt wordt van diplomatieke ambtenaren. De samenstelling der consulaire rechtbanken is niet altijd dezelfde voor alle landen, noch voor eenzelfde land in alle gevallen. Hier moet onderscheid gemaakt worden of de Consul alleen recht spreekt, of dat met behulp van bijzitters de zaak onderzocht en behandeld wordt. Ook zijn de wetten, die door de Consulaire rechtbanken toegepast worden, niet dezelfde voor alle landen. Elk land heeft hiervoor zijn bijzondere wettelijke regeling en instructies. De Chineezen zijn van meening, dat de Consulaire Rechtbanken zich aan Chineesch recht moeten houden, welk standpunt verdedigd wordt in de Circulaire door het Chineesche Ministerie van Buitenlandsche Zaken in Maart 1878 aan hare

1) Treaties, Conventions, eto., II, blz. 840-841.

2) ibid • blz. 105.

3) Dit verdrag is afgedrukt m Mao Marray, II, blz. 1190. Het maakt niet speoiaal melding van consulaire jurisdictie, maar bepaalt in art. 2 dat

„Diplomatic Agents, Consuls Generals shall enjoy the same right,

privileges, favours, immunities, and exemptions as are or may be conceded to the Diplomatio and Consular Agents of the most favoured Powers."

4) Mac Murray, TI, blz. 1430.-

Sluiten