Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

149

gezanten bij de buitenlandsche hoven gericht*). Werd deze zienswijze echter aangenomen, dan zou het gevolg hiervan zijn, dat het privilege van exterritorialiteit in zijne werking beperkt zou worden tot het recht om door eigen autoriteiten, maar volgens Chineesche rechtsbegrippen, berecht te worden. De praktijk — op verschillende verdragen gegrond — sluit zich echter niet bij deze zienswijze aan. Elke rechtbank past zijn nationale wetten toe. Welke wetten op de onderdanen van kracht zijn, wordt eveneens door elk land voor zich vastgesteld. Een uitzondering op den regel, dat de nationale wetten toegepast worden, vormt de eigendoms-overdracht van land, waarop de lex loei rei sitae toepasselijk is. 2). Wat betreft het hooger beroep van vonnissen der Consulaire Rechters, merken wij nog op, dat door de meeste landen de diplomatieke vertegenwoordigers te Peking aangewezen zijn om in hoogere instantie te oordeelen. Groot-Brittannië heeft een „British Suprème Court for China" in Shanghai gevestigd, dat van alle rechtsgedingen in het Consulaire District Shanghai kennis neemt en tevens als Hof van hoogere instantie fungeert voor de beslissingen der Engelsche consulaire rechtbanken in China. Het geeft desverlangd ook juridisch advies aan de Engelsche Consulaire Ambtenaren. Dit Gerechtshof, waarover een Engelsche beroepsRechter, bijgestaan door een assistent-Rechter presideert, werd den 24 October 1904 geïnstalleerd. 8). Eén dergelijk Gereehtshof — the United States Court for China —, werd door Amerika te Shanghai den 305*"1 Juni 1906 gevestigd. Hooger beroep van de

1) Sir Robert Hart: „These from the Land of Sinim" (Londen 1901) blz. 171.

2) Zie hierover Hoofdst. II, § 2, VI.

3) Zie „The China and Corea Order in CounoiJ, 1904" (Statntory Rules and Orders 1904, No. 1658). Ofsohoon het Britsche „Suprème Court" te Sha nghai slechts dagteekent van 1904, vindt men in de „Papers relative to the Establishment of a Court of Judicature in China" (presented to the House of Commons bij Command of His Majesty), (Londen, 1838), vele bijzonderheden omtrent de regeling der Britsche jurisdictie vóór 1904. Hiernit blijkt o.a. dat op den 9"" December 1833 een gereohtshof werd gecreëerd, waarvan de jurisdictie als volgt omschreven wordt: „with criminal and „admiralty Jurisdiction for the trial of offences committed bg His Majesty's „subjects within the Dominions of the Emperor of China and the ports and „havens thereof and on the high seas within one hundred miles oftheCoast of China". Het Britsohe verdrag met China van 1842 maakt eohter geen melding van een reeds bestaande jurisdictie over Engelsche onderdanen. Bij „Order in Counoil" van 24 Februari 1843 werd de jurisdictie van dit gereohtshof uitgebreid tot de toen voor den handel geopende vijf Chineesche havens.

Sluiten