Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

208

et francais". Ditzelfde beginsel vindt men reeds in Artikel XXXV 1) van het Fransch-Chineesche Verdrag van 1858, eveneens te Tientsin gesloten, dat luidt:

„Lorsqu'un sujet francais aura quelque motif de plainte ou „quelque réclamation a formuler contre un Chinois, il devra „d'abord exposer ses griefs au Consul, qui après avoir examiné „1'affaire s'efforcera de 1'arranger a 1'aimablè. De même, „quand un Chinois aura a se plaindre d'un Francais, le Consul „écoutera sa réelamation avec intérêt et cherchera a ménager „Un arrangement a 1'amiable. Mais si dans 1'un ou 1'autre „cas la chose était impossible, le Consul requerra 1'assistance „du fonctionnaire chinois compétent et tous deux, après avoir „examiné conjointement 1'affaire, statueront suivant 1'équité." In deze beide artikelen hebben dus de vertegenwoordigers van beide naties gelijke rechten. Een dergelijke bepaling vindt men in het reeds vermelde artikel 6 van het Nederlandsch-Chineesche Verdrag van 1863 *), dat voorschrijft, dat in geval van geschillen tusschen Nederlanders en Chineezen de beiderzijdsche overheden zullen „trachten de partijen over te halen tot eene schikking in der minne, doch mocht zulks niet gelukken met elkaar in overleg te treden en naar recht uitspraak te doen'"

Ook de redactie van dit laatste artikel, zooals wij reeds hierboven opgemerkt hebben 8), laat aan duidelijkheid te wenschen over. Welke waarde moet bijvoorbeeld toegemeten worden aan het voorschrift „met elkander in overleg treden en naar recht uitspriaak doen?" Men kan zich voorstellen, dat hier de bedoeling voorzit, dat de Nederlandsche Consul te zamen met den vertegenwoordiger der Chineesche autoriteiten een rechtscollege vormen, waar de zaak dan aangebracht wordt. Over de verdere samenstelling dezer rechtbank zwijgt het verdrag; ook de competentie wordt niet nader omschreven. Hoe moet men de moeilijkheid oplossen, indien de rechters het niet ééns kunnen worden? Over hooger beroep gewaagt het verdrag niet! Het gevolg van deze weinig duidelijke bepalingen is, dat elk geval op zichzelf beschouwd en behandeld moet worden. Het ligt in den aard der zaak, dat conflicten tusschen buitenlanders en Chineezen voor het overgroote deel in de groote havenplaatsen plaats vinden

1) Treaties, Conventions eto., I, blz. 881.

2) Bijlage A.

8) Zie blz. 162.

Sluiten