Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

119

256

die haven plaats hebbe, welke op straffe der verbeurdverklaring van schip en lading is verboden.

Indien het blijkt dat een Nederlandsch koopvaardijschip in eene opengestelde haven des Rijks is gebezigd tot sluidhandel, zullen de goederen van welke aard of prijs ook, verbeurd verklaart worden, en bovendien kan zulk schip van de regten, bij dit tractaat verleend, voortaan vervallen worden verklaard.

Alle opgelegde boeten of verbeurdverklaringen ingevolge de bepalingen van dit tractaat zullen zijn ten voordeele van het Chineesche bestuur.

Art. 13.

Nederlandsche oorlogsschepen, zonder vijandelijk oogmerk China bezoekende of op kruistogt tegen zeeroovers, zullen vrijelijk alle havens, behoorende tot het Chinesche Rijk, mogen aandoen om zich van leeftogt en water te voorzien, of ook, des noodig, tot het verrigten van reparatien. De bevelhebbers zulker schepen zullen zich op den voet van ranggelijkheid en wederzijdsche hoffelijkheid met de Chineesche overheden in betrekking kunnen stellen.

Art. 14.

Alle ambtsbrieven, door de vertegenwoordigers, consuls en consulaire agenten van Zijne Majesteit den Koningin der Nederlanden aan het Chinesche bestuur te rigten, zullen in de Nederlandsche taal worden opgesteld, en vergezeld gaan van een Chinesche vertaling; met dien verstande echter, dat bij ontstaand verschil omtrent de bedoeling eeniger uitdrukking, de Nederlandsche zoowel als de Chinesche Regering, ieder haar eigen tekst beschouwen zullen als toets der ware beteekenis.

Hetzelfde geldt van het tegenwoordig tractaat, waarin de Chinesche vertaling zoo naauwkèurig mogelijk met het oorspronkelijk Nederlandsch is overeengebragt.

Art. 15.

Alle regten, voorregten of vrijdommen in dit tractaat niet opgenomen, die aan andere vreemde natiën mogten zijn verleend of later verleend mogten worden, zullen door de Nederlandsche Regering en hare onderdanen ten volle gedeeld worden.

Art. 16.

De ratificatie van dit tractaat zal binnen een jaar na de onderteekening plaats hebben, en de beide Rijken zullen ieder een hoofdambtenaar benoemen, om hetzij te Tientsin, hetzij te Canton, de geratificeerde tractaten uit te wisselen.

Ten bewijze van het bovenstaande, hebben de beide genoemde gevolmagtigde afgevaardigden deze overeenkomst eigenhandig onderteekend en gezegeld.

Sluiten