Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

268

bedoeld bij artikel 40 van genoemd Verdrag, hebben besloten te dien einde een Verdrag te sluiten en tot Hunne gevolmachtigden benoemd, te weten:

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden:

Zijn Excellectie Jonkheer J. Loudon, Hoogstderzelver Minister van Buitenlandsche Zaken;

de President der Ghineesche Republiek:

Zijne Excellentie den heer Tang Tsai-Fou, Buitengewoon Gezant en Gevolmachtigd Minister der Republiek bij Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden, die, na elkander hunne volmachten te hebben medegedeeld, welke in goeden en behoorlijken vorm zijn bevonden, omtrent de volgende bepalingen zijn overeengekomen: Art. 1.

De Hooge Verdragsluitende Partijen verbinden zich aan het Permanente Hof van Arbitrage alle geschillen te onderwerpen, die tusschen Haar mochten rijzen en niet langs diplomatieken weg mochten kunnen zijn opgelost en dit zelfs ingeval die geschillen het gevolg mochten zijn van feiten voorafgegaan aan het sluiten van dit Verdrag.

Art. 2.

In ieder afzonderlijk geval teekenen de Hooge Verdragsluitende Partijen een bijzonder compromis, duidelijk omschrijvende het onderwerp van het geding, den omvang der bevoegdheden van het uit een of meer scheidsrechters bestaand scheidsgerecht, de wijze van deszelfs benoeming, zijn zetel, de taal die het zal gebruiken en die waarvan voor het scheidsgerecht gebruik gemaakt zal mogen worden, het bedrag der som, die elk der Hooge Partijen zal moeten storten als voorschot op de kosten, alsmede de met betrekking tof de formaliteiten en de termijnen der procedure in acht te nemen regels en in het algemeen alle bepalingen waaromtrent Zij zullen zijn overeengekomen.

Art. 3.

Wanneer Partijen er niet in slagen te dezer zake tot overeenstemming te komen, zal zelfs één Harer aan het Permanente Hof van Abritrage kunnen verzoeken het compromis vast te stellen.

In dat geval zal het compromis worden vastgesteld door eene commissie bestaande uit vijf leden, benoemd op de wijze voorzien bij artikel 45, alinea's 3, 4, 5 en 6 van het Verdrag van 's-Gravenhage voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen van 18 October 1907.

Het vijfde lid is rechtens voorzitter der commissie.

Deze commissie zal zelve dienst doen als scheidsgerecht.

Art. 4.

Indien geene overeenstemming mocht worden verkregen op de wijze bedoeld in alinea 2 van het vorig artikel, zal de benoeming van een

Sluiten