Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar contrast-verevening zwijgen als geen contrast aanwezig is.

De gelijksoortigheid van individuen onderling, de Eenvormigheid is de grondvoorwaarde voor het individueele bestaan. Nergens op aarde wordt dan ook het individu, maar overal wordt de soort aangetroffen.

Hier doet zich nu een curieuse gelegenheid voor, op de afstompende werking van het vanzelfsprekendheidsgevoel te wijzen. Over het uitsluitend voorkomen van rassen, soorten, groepen, het ontbreken van exemplaren en individuen, verwondert zich, in het algemeen gesproken, eigenlijk geen mensch.

In de Eenvormigheid (ten opzichte van andere aanliggende individuen) berust de levensvoorwaarde van elk individu.

De zoo-geheeten Natuurstaat, gelijk die door sommigen beschreven is en door talloozen gedachteloos als vanzelfsprekend aanvaard, is dus niet onhoudbaar, hij is metterdaad ondenkbaar, m.a.w. hij is er nooit geweest. Niet de Mensch is dus het aanvankelijk-bestaande, maar de Staat, niet dus hebben zich primitieve menschen tot primitieve gemeenschappen vereenigd, maar de Kudde is de oorspronkelijke levensvorm, zij is en was en zal zijn het geestelijke collectief-organisme, waarin de mensch als persoonlijkheid niet bestaat, waarvan hij deel uitmaakt, zonder zich zelf daarin te onderscheiden, zonder daarin onderscheiden (d.i. „geschapen", want scheppen is onderscheiden) te zijn.

Laat ik, alvorens ze verder toe te lichten, uit deze stelling een consequentie trekken.

Wanneer de Kudde inderdaad het primair-voorhanden collectief-organisme is, de bestaansvoorwaarde en de bestaanswaarborg van het individu, daartoe bestemd en daarvoor toegerust als het oog voor het zien en het hart voor den bloedsomloop, dan laat zich een verandering door menschelijk toedoen in de structuur dier Kudde evenmin denken als een verandering in de structuur van oog en hart. Was de Kudde daartegenover, gelijk algemeen wordt aangenomen, een resultaat van

45

Sluiten