Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

recteuren, „industrie-koningen", „hooggeplaatste staatslieden", allen houden ze hun sluwheid, hun geduld, hun listig beleid voor intelligentie —, allen voelen ze zich dus, aangemoedigd door toejuiching en vleierij, tot oordeelen, tot voorspellen en tot zeggingschap geroepen, terwijl ze tot geen enkel oordeel in staat zijn, noch over hun eigen noch over andermans werkzaamheid. Zij zijn de onpersoonlijke dragers van het collectieve kuddevernuft, hetwelk met intelligentie niets uit te staan heeft, het kuddevernuft dat ze deelen met mieren, bijen en bevers —, doch het vermogen tot oor deelen ontspringt uit een anderen bron, die der critische onderscheiding, der zelf-onderscheiding.

Doch dit onderscheid tusschen stellend kudde-vernuft, dat zich tot de persoonlijkheid verhoudt als de evenzeer „vernuftig" te noemen structuur van de organen, — en opheffende individueele intelligentie, die zich tot de persoonlijkheid verhoudt zooals de kunst die iemand creëert —, dit onderscheid kan niet worden gemaakt en wordt dan ook niet gemaakt, zoolang men niet inziet, dat de „moderne Staat" niet wezenlijk verschilt van de primitieve Kudde, omdat elke collectiviteit als zoodanig, dat primitieve collectief-organisme is, waarin de persoonlijkheid evenmin geldt als in den bijenkorf. Verwarring en teleurstelling moeten volgen, wanneer men, zooals Wundt uitdrukkelijk doet, en Spencer onbewust, de maatschappelijke organisatie toeschrijft aan het zelfstandig inzicht van individuen, van wie men nu ook, doch tevergeefs, een zekere algemeene redelijkheid verwacht. Ziet men dan voortdurend in rechtspraak, godsdienst, onderwijs, politiek, dier organisaties het ongerechtigde en het ongerijmde te voorschijn komen, dan moet men wel tot ongegronde voorspellingen, ongemotiveerde beschuldigingen en verwrongen hypothesen zijn toevlucht nemen, om tegen alles in „den Staat" te kunnen blijven idealiseeren. Hoe ongelooflijk sterk het vanzelfsprekendheidsgevoel werkt, ook in iemand die a.h. w. er voor is gaan zitten, om anderen tegen de inblazingen ervan te waarschuwen, toont ons het leerzame voorbeeld van Spencer.

54

Sluiten