Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

96

Bijzonder vermakelijk is in dit verband, wat Wells in een van zijn latere romans van een zekeren butler vertelt. Deze man had de gewoonte, „to drop his h's" in zijn betrekking, maar niet in zijn eigen kring. Daarop opmerkzaam gemaakt, antwoordde hij: „Och ja, dat doe ik maar, omdat ze mij anders misschien vrijpostig zouden vinden." Ongepaste nivelleeringsneigingen! Welk een menschenkenner was die butler. Geen begin-„h" kwam in zijn deftigen dienst over zijn lippen. En waarschijnlijk stuurde hij ook heimelijk zijn jongen naar de betere school, waar hij ook de „h" leerde zeggen. rKijken we even om ons heen, dan blijkt onmiddellijk de ware aard, in het grillige en inconsequente der aan het taalgebruik ontleende distinctieven. „Ik ken het niet hfIpfn" karakteriseert den proleet—maar „ik herkon hem niet" kunt ge dagelijks uit den mond van „patriciërs" en „aristocraten" hooren. De waarheid is, dat dezen volstrekt niet zuiver Hollandsen spreken, maarinhun blommen en motten en je eigen, en booien en geörven, in hun stiegbeugel en duzend en peerden, in hun Achterhoeksch en Zeeuwsch en Friesch, tot het afleeren en verbergen waarvan ze niet de minste moeite doen, eerder de oude verachting van den gentilhomme voor den cuistre, voor den frik demonstreeren. Alleen de tongvallen en dialecten, die in bepaalde streken en steden door „de heffe des volks" gesproken worden, stempelen iemand tot onbeschaafd, daarom plat Amsterdamsch veel meer dan plat Rotterdamsch en Zaansch veel minder dan Leidsch. Esthetiek speelt hier geen rol, klinkt er in de ooren van onzen hedendaagschen be, schaafde wel iets zoo lieflijk als de Engelsche „drawl", die het mauwen van een Maartsche kat gelijkt? Want niet zonder zin is tenslotte „Zijn talen spreken" in alles wat wij leer en moeten en weten kunnen het kenmerk der ontwikkeling geworden! „Zijn talen" en geen logarithmen en geen Indische vulkanen en geen Hollandsche Graven en geen botanie. Men kan „beschaafd" zijn, zonder, na zijn schooljaren, ooit nog een boterbloem van een roos te willen onderscheiden, sterker, er is een zekere naïeve weetgierigheid, die iemand,

Sluiten