Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

124

is passief, „luisteren" actief, men getuigt van zijn auditorium dat het goed luisterde en spreekt het aan met „geachte toehoorders". „Krijgen" is als geschenk ontvangen, doch „verkrijgbaar"beduidttekoop, beschikbaar: te geef. „Bevroren" is alledaagsch, „bevrozen" is deftig, doch „verkozen" is alledaagsch, „verkoren" is deftig. „Ik docht" is plat, „ik dacht" is beschaafd, maar „nog" is beschaafd en „nag" is boersch. Een jong meisje is ouder dan een meisje, een kind is nooit een jongen, en een ouder man is jonger dan een oud man, ondanks de vergrootende trap. Ik was ziek en ik ben wat beter. Ik was niet goed of best, en daarna nog beter, maar ziek. Eerst was ik een beetje beter (minder ziek), nu ben ik weer heelemaal beter (hersteld.) Iemand die benijd wordt is een benijde, iemand die belasterd wordt, een belasterde, doch iemand die bedient, is een bediende. Men kan wel zeggen „het huis bevat zeven kamers, keuken inbegrepen', maar niet „het begrijpt zeven kamers, keuken inbevat". Men spreekt wel van verdorvenheid, maar voor bedorvenheid zegt men bederf. Iemand kan kleingeloovig zijn, niet grootgeloovig, en kleinmoedig zoowel als grootmoedig, maar er bestaat geen tegenstelling tusschen die twee. Men noemt het bereiden van het eten in het algemeen „koken", maar vleesch wordt gebraden, brood gebakken, groente gestoofd en soep gekookt. Eigenschap en hoedanigheid zijn synoniemen, maar iemand mag zich niet aanbieden in de „eigenschap van secretaris". Men kan zeggen „er liep geen sterveling", maar niet „er liepen twee stervelingen." Men weet iets „bij" ondervinding en men leert iets „door" ondervinding. „Wenschen" is passief, „verzoeken" is actief, doch „de Goeverneur Generaal wensch t" klinkt veel gebiedender dan „de G. G. verzoekt." Iemand die niet verzoend kan worden, is onverzoenlijk, die niet vermurwd kan worden, onvermurwbaar, die niet bevredigd kan worden, niet te bevredigen. Men is te goeder of te kwader trouw, een goed of een slecht mensch — een kwaad mensch is weer heel iets anders — men is goed of boos op iemand, men meent het goed of kwaad met hem, men vindt iets in een ander goed of slecht,

Sluiten