Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

128

een wenk het rechte toonen, terechtzetten door een verbetering in het rechte spoor brengen, doch terechtstellen is altijd ter dood brengen. Men zegt: hij heeft hoogmoedswaanzin, doch niet: hij heeft waanzin, en wel: hij is waanzinnig, doch niet: hij is hoogmoedswaanzinnig. Het lichter, maken van een gebouw is niet: de lichter* making, het droogmaking- van een meer is wel de droog■ makitig) „Uit uw woorden volgt" is sterker dan „uit uw woorden blijkt", maar „volgens uw woorden" is zwakker dan „blijkens uw woorden". „Zienderoogen kwam de donkere wolk nader" kan men zeggen, doch „hoorenderooren kwam het onweer nader" kan men niet zeggen. „Vermogend" is alleen rijk, maar „mogendheden" zijn machten. Men zegt: „wegens sterfgeval gesloten", maar niet „wegens ziektegeval uitgesteld". Men kan iemand uitzonderen of uitsluiten. Men kan zeggen: „dit is verboden, uitgezonderd in geval van nood, maar het is uitgesloten dat dit zich zal voordoen," doch andersom kan men het niet zeggen. Ontgaan is ontsnappen. Veel ontging mij of veel ontsnapte mij. De dief ontsnapte (doch niet: hij ontging) zijn bewakers, bij ging (doch niet: hij snapte) er van door. Aardbodem en aardoppervlakte beduidt hetzelfde. Er zijn onderdeden en bestanddeelen. Men kan wel zeggen: „Klein-Azië bestaat uit....", doch men kan niet van de bestanddeelen, men moet van de onderdeden van Klein-Azië spreken. Men zegt „hoog bejaard" en „hoog zwanger", maar niet „hoog ziek". Ook kan men „hoogst", maar nooit „hoog" verbolgen zijn, en iets kan „hoogst" maar nooit „hoog" ongepast heeten. In Hilversum woon ik, het is mijn woonplaats, in Amsterdam werk ik, maar het is niet mijn werkplaats. Ik wil liever thee. Maar nooit: ik wil lief thee. Doch wel: ik wil net zoo lief thee. Ziekbed en sterfbed zijn figuurlijk te gebruiken, rustbed niet. Men zegt wel: van twee kwaden...., maar niet: dit zijn noodzakelijke kwaden. „Bij toeval" doch: „door een ongelukkig toeval." Hij is hem toegevoegd, niet bijgevoegd, maar: hij voegde zich bij, niet tot de anderen. Men heeft kleurlingen, geen blanklingen, geen zwartlingen en geen roodlingen. Wat men geeft, is een schenking,

Sluiten