Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

140

is en „weleer" beteekent. Door de associatie met Soliman etc. houdt men het echter voor een Oosterschen eigennaam en waant zich te Bagdad. Ik heb iemand gekend, die „Ariman" en „Ormoez" steeds bleek te hebben verwisseld en die nu in Ormoez een boosaardigen en in Ariman een lieflijken klank hoorde. Hoe stuitend zou het klinken, als men van een mensch „afmaken" sprak, — toch is „afmaken" feitelijk een euphemisme, dat niets gruwelijks uitdrukt. Een thema afmaken klinkt dan ook heel gewoon.

Tegenwoordig bestaat de gewoonte, in dameskranten en zoogenaamde modepraatjes, om over de vooral luxueuze kleedij voor volwassen vrouwen als „jurkjes", „kousjes" en „laarsjes" te spreken. „Blousjes" treft men daarbij echter nooit aan, daar dit woord zich reeds eerder met schamele benepenheid had geassocieerd, en daardoor voor het uitdrukken van wat met rijkdom en chique samenhangt, voor goed onbruikbaar werd. Toen men het Jodenjongentje vroeg, waarvan hij meer hield, van de zon of van de maan, antwoordde hij: „Van de zon. Ik ben toch zeker liever gezond dan gemaand." Dez.g.éenmanswagenheette een grappenmaker een instelling ter gedachtenis aan Marcellus Emants.1) Vergelijk nog: Ik heb het boek uitgelezen, een uitgelezen publiek. De associatie tusschen het woord en zijn incidenteele beteekenis wordt door aanhoudend en lang gebruik zoo volkomen, dat van vergroeiing kan worden gesproken. Doch zoo weinig drukt een woord daarbij iets uit, dat het eensluidend woord zelfs niet wordt herkend in een andere beteekenis, voor de aandacht er opzettelijk op gevestigd is. Het Joodsche kind dat „mes" (mijs) voor lijk een gruwelijk woord vindt, merkt niet dat het hetzelfde woord voortdurend bezigt. Het Poerimfeest durft geen Jood in beschaafd „Christen"-gezelschap noemen, om den klank van Poerim („Joden-Poerim") dat intusschen het meervoud is van Poer(lot), aldus: Poer-im. Niet het woord drukt uit wat het benoemt, maar de

') Voor eenige jaren pleitte een bekend letterkundige voor de schrijfwijze „thands" en „althands" —, want, zeide hij, men hoorde toch duidelijk nog de d, die er eens had gestaan 1 Deze d of t echter wordt steeds gevormd bij den overgang van n naar s, dus ook in Hans. aans. dans. en éénmnnswanpn I

Sluiten