Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

146

en Da Vinei geen , .onverbeterlijke genieën" heeten? Hun werk mag men „onverbeterlijk" noemen. Doch hoe lachwekkend klinkt „onverbeterlijk genie". „De man werd beboet wegens overschrijding van de patentwet" klinkt allerdolst. Toch is tusschen overschrijding en overtreding (schrede en trede) geen wezenlijk verschil. Maar men mag nu eenmaal alleen in bepaalde gevallen van overschrijden spreken. „Ergens over heen stappen" is dan weer heel wat anders. „Imand biedt zich aan in de eigenschap van secretaris", staat allerakeligst. „Hoedanigheid" moet het immers zijn. Maar de beide woorden dekken elkaar bijna volkomen, juist alleen in dit geval niet. „Uitneme" voor uitzondering staat bar baar sch en zou toch aan het analoge „uitnemend" meer zin kunnen geven. Hoe dwaas is tegenover dit alles het voortdurende incidenteele beroep op „analogie" èn „raisonnement", waarmee het nationalistisch purisme zijn tol aan redelijkheid en wetenschappelijkheid meent te betalen.

En denken we dan ook eens even, van taalzuiverheid gesproken, aan de zegeningen der „volksetymologie". Sennabladen worden stomweg zenuwbladen, doopceel het idiote doopzegel, een voorvader verandert in gort en een paard in een koe. Sterk van inhouten (een schip) verhanselt men tot het onzinnige „sterk van inhoud", naast mortepaai (mort-paye d.i. doodetend soldaat) ontstond mortepoe, sikkeneurig wordt ziekeneurig, „geteesem" (Hebreeuwsch gatteisiem, meervoud van gattes, slachtoffer) wordt tot een verzamelnaam als gepeupel. Uit „de man zal wel dadelijk thuiskomen" en „de man kan elk oogenblik thuiskomen" ontstond de dwaasheid „de man zal elk oogenblik thuiskomen". Het remmend optreden tegen de verdere vorming van deze dwaasheden zou niets helpen, de taal is er al vol van, wij herkennen en we kennen ze niet eens meer. „Schuüevink" is eigenlijk „schuilewinkel", maar niemand weet het. En waartoe ook? Voldoet schuilevink niet precies even goed? Uit het bovenstaande is dan gebleken, welk een machtige rol de bizarre associatie, als vergroeiing, in het taalgebruik en de taalvorming speelt en hoe alleen in schijn een woord uitdrukt, wat het bedoelt. Velen, die dit er-

Sluiten