Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

156

gansch andere dingen uit, is tegen gansch andere geestelijke en sociale symptomen gericht. Maar ze weten het niet, daar ze, gelijk het pleidooi voor „het lieflijk woord Moeder" reeds bewijst, de zin van hun eigen streven, de beteekenis van hun eigen impulsen niet vatten, bevangen in de macht der associatie, krachtens het onvermogen, om te (onder)scheiden, waarin ook in hen Levensdrift over Rede triomfeert. En zoo vallen ze dan het nationalistisch-aristocratisch „purisme", hetwelk met hun streven niet alleen niets gemeen heeft, maar eigenlijk dat streven vijandig gezind is, in de armen en maken daarmee gemeene zaak en worden op die wijze, door middel der begripsverwarring, in den dienst van het slechte en het absurde geronseld. Over het nationalistisch-aristocratisch „purisme" is reeds gesproken, in het nu volgende moge blijken, wat het „purisme" van denkers en dichters beduidt. Maar een beschouwing over de fictie der „oorspronkelijke taal" dient vooraf te gaan.

Sluiten