Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

170

ten tweede zoo machtig bevangen waren in de associatie : klassiek-wijsheid-schoonheid (Russisch-wodkanitsjewo) en in die andere: onverstaanbaarheid-verhevenheid, dat elke regel, elk woord werd volgeblazen van hun eigen pompeuze rhetoriek, als hadden in de Oudheid de menschen nooit gekeuveld of gebabbeld of losweg een grapje verteld, maar altijd gebrald en georeerd en hun geestigheden met gewicht gelanceerd. Welnu, het is precies het krukkige, kromme, abracadabristische, want machtelooze, van die met middelmatige en niet voldoende onbevangen filologen uitgeploeterde vertalingen, dat aan het onderricht in de klassieken, aan de klassieken zelf dien deftigen bijsmaak, dat eigenaardig prestige verleent, waar Spencer al den draak mee stak, het prestige van den slecht ver taalden en onbegrepen Statenbijbel, van het officieele stuk, van de dagvaarding, van het vonnis, van het Koninklijk Besluit en het deurwaardersexploit. Vandaar het hardnekkig voortbestaan van „kanselarijstijl". Vandaar het geringe succes bij de geloovige massa met moderne bijbelvertalingen, vandaar het gevoel van den man, die op die wijze „in de klassieken werd ingewijd", dat hij in de vertalingen toch altijd „iets" mist. Dat „iets" is de „duistere plaats", zonder welke de Bijbel veel van zijn dierbaarheid inboeten zou. Ieder die als kind op catechisatie of Joodsche godsdienstschool uit het O. T. leerde, heeft aan de personen van ■ Aartsvaders, Richteren, Koningen, de heugenis als aan bloedelooze, wezenlooze schimmen behouden, kartonnen marionetten zonder wezenlijke menschelijkheid, en dit berust voor geen gering deel op het troebele en duistere van het O.T., ook op de tekorten en misvattingen, bij de vertaling ervan begaan. Ditzelfde proces heeft aan veel, wat over de Oudheid geschreven is, datzelfde „Quo vadis"-achtige, starre, holle, ziellooze gegeven en het is de groote verdienste van Anatole France, van Louis Couperus ten onzent niet minder, dat zij juist het menschelijke en zelfs het huiselijk-menschelijke dier „Helden der Klassieke Oudheid" hebben naar voren gebracht. Dit alles nu is op zich zelf alleszins begrijpelijk. In de Kastedrift wortelt de Levensdrift, wat wonder zoo zij

Sluiten