Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

200

Italiaansch welluidend heet, bij voorbaat den voorkeur te geven boven elk Finsch vers, omdat Finsch minder welluidend heet, noch ook, om binnen de grenzen van eigen taal, hem den grootsten dichter te noemen, die de welluidendste woorden gebruikt. Hoe zijn we dan eigenlijk aan dat begrip „kunsttaal" gekomen, dat nog steeds een taaier leven leidt dan velen denken? Elk hoogleeraar in taal en letterkunde heeft het over die „kunsttaal" en houdt staande, dat talen pas na zekeren tijd „rijp" zijn, om „literatuur voort te brengen". Alsof ooit „Taal" heerschappij kon voeren over „Geest", alsof ooit het zoo-geheeten nog niet voldoende gerijpte en verfijnde van de taal den tot dichten geborene een beletsel zou kunnen zijn, in die taal alles uit te zeggen.

„Kunsttaal" was echter van ouds een bijzonder soort kastetaal, nauw verwant aan de taal der beschaafden, waartoe immers de dichter te behooren had, waarvoor hij in elk geval dichtte. In een vorig hoofdstuk is aangetoond, op welke manier woorden aan de reputatie' van beschaafd of onbeschaafd komen, hoe bijvoorbeeld alles wat klassiek was, deftig klonk, zooals „pecuniair", ' ofschoon „pecus" vee beduidt en „emolument" dat van uitmalen komt en „sarcophaag" dat vleescheter is, en welke factoren en elementen daar verder hun rol in spelen. Precies ditzelfde geldt voor de „kunsttaal". De beschaafde zegt „naar bed gaan", de onbeschaafde „naar je nest gaan", en toch is nest geen leelijk woord, het is aan de poëtische vogelwereld ontleend. Zoo sprak dan altijd de dichter niet van Italië, maar van Ausonië, ofschoon het een niet meer dan het ander beteekent, hij gaf daarmee eenvoudig te kennen, dat hij dichter was, althans „man-van-smaak". Ook had hij het over „statige abeelen", „fiere nakomelingenschap", „aterling" en „azuur". Van die kunsttaal is nog heel veel over. Er zijn er nog genoeg, die „sammeet" gebruiken, terwijl ze net zoo goed fluweel konden zeggen (Sam eet een brok biet), daar sammeet toch met den besten wil ter wereld niet meer kan uitdrukken dan fluweel en hoogstens een goedkoop middeltje is, om den lezer te ver-

Sluiten