Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

208

noch gesynthetiseerde, aan het enkelvoudig-benoemde. De vervanging van fluweel door sammeet, van zeggen door reppen, van tuinman door hovenier, geeft van dit betere onderscheiden geen blijk, het beteekent niemendal, het wekt alleen in den lezer de verwachting, dat hij iets bijzonders te hooren, te zien en te begrijpen krijgt, en die verwachting blijkt ijdel. De ernstige en eerlijke dichter zal het dus nooit in die nietszeggende vervangingen zoeken, hij zal toonen dat hij beter onderscheidt, waar inderdaad iets te onderscheiden valt. Te onderscheiden of te scheiden! Een der uit het fundamenteel begripstekort voortkomende „vergroeiingen" is bijvoorbeeld die tusschen het woord en het gebruikelijke adjectief: kou is altijd „nijpend", duister „volslagen", smart „aangrijpend", een verlies „smartelijk", bezwaren „onoverkomelijk", een besluit „onherroepelijk" en de Dood bij gelegenheid „genadig". Deze adjectieven worden zoozeer vanzelfsprekend, dat ze in het geheel niet meer spreken, den rang krijgen van hoogstens-eenigszins-versterkend versiersel of aanhangsel. Op het „uit aller naam" onder het burgermans-doodsbericht volgen soms twaalf namen, waaronder van „dankbare" kinderen! In welke mate de afstomping mogelijk is, bewijzen uitdrukkingen als „stampleeg", „doodeenvoudig", „stokdoof en „vreeselijk lekker." Deze clichéwoorden te vervangen door andere, die van een wezenlijke onderscheiding, van een eigen aandoening, begrip of visie omtrent het aangeduide getuigen, is de natuurlijke roeping van den dichter, de essentie van het dichterschap. Het „Goede Dood" aan den aanvang van een dichtregel grijpt den lezer, die „genadige Dood" even weinig zou hebben opgemerkt, als het „'t welk doende" aan den voet van het request, vast en dwingt hem tot aandacht. Hij voelt zich getroffen, hij vraagt zich af: Is de Dood goed? Hij onderzoekt zich zelf en geeft zich zelf ten antwoord: Ja, de Dood kan goed zijn. Tegelijk geeft hij er zich rekenschap van, dat ook de dichter zich zelf aldus ondervraagd, zich zelf onderzocht en zich zelf geantwoord moet hebben, en de harmonie is tot stand aekomen.

Sluiten