Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

216

Hoe moeilijk het is, op dit gebied te onderscheiden, leert de immer actueele, de immer nijpende bevoegdheidsvraag. Inderdaad zijn de meesten heelemaal niet, en is niemand heelemaal wel bevoegd. Buiten een zeer kleinen kring zou men zonder bezwaar voortdurend het bombastische als verheven, het larmoyante als het ontroerde, de holste klinkklank als „taalmuziek" kunnen introduceeren, indien de menschen zich niet wijselijk op hun autoriteiten, hierin als in elk gebied, plachten te verlaten. Maar ook binnen dien kleinen kring kan men elk oogenblik dupe van mystificaties worden. Waar nu reeds het onderscheiden in literatuur van eigen tijd en eigen taal zoo netelig is en zoo moeilijk valt, daar kan toch eigenlijk tegenover andere tijden en andere talen nooit van een oordeel, dat dien naam mag dragen, sprake zijn. Is er dan ook wel iets vermakelijkers, dan allerlei heeren en dames te hooren uithalen over het „mooie Fransch" van dien een en het „voortreffelijk Engelsen" van dien ander? Dat ook de „bevoegden" zich niet voortdurend op de meest compromittante wijze in de vingers snijden, komt eenvoudig hierdoor, dat de uitheemsche literatuur nooit anders dan onder het sterke geleide der uitheemsche „bevoegden" tot ons komt, zoodat de „preconceived idea" al voldoende is, om ons in de algemeene verrukking of verbazing te doen deelen. Dit geldt uitteraard het meest van lyrische poëzie en wellicht het minst van de overwegend intelléctueele literatuur. Maar zelfs in de beoordeeling daarvan blijft veel te gissen en te benaderen. De openbaring van „Verstand und rechter Sinn" in auteurs als Galsworthy en Anatole France wekt de verwachting op, dat ze ook ten opzichte van het fijnere taalgebruik wel het juiste onderscheidingsvermogen zullen bezitten, maar strikte zekerheid is hier niet te verkrijgen. Dat de bevoegdheidskwestie ten opzichte van het uitheemsche veel van haar scherpte en bitterheid verliest, komt hieruit voort, dat we daarin tenslotte niet zelf kiezen, ook zwijgen hier belang en ijdelheid en de distinctiedrift, de struggle voor het „high life" van den roem. Onlangs las iemand mij een en ander voor uit het oude

Sluiten