Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6

verneemt de schuldenaar door een I. binnen hoeveel tijd de voldoening van hem verlangd wordt. Is er wel een tijdsbepaling, dan wordt onderscheid gemaakt naar de mate waarin deze bedoeld werd bindend te zijn. Mag bindende kracht worden verondersteld, dan is een I. niet noodig, in het tegenovergestelde geval wel, tenzij uit andere omstandigheden mocht blijken, dat de schuldenaar van zijn verplichting tot tijdige voldoening op de hoogte kon zijn.

De I. heeft dus de functie om, in de gevallen waar uit de overeenkomst niet zelve blijkt, dat er slechts één uiterste dag is, waarop de schuldeischer nog voldoende belang heeft bij een vervulling, dien dag nader te bepalen. Verschijnt dus de op de een of andere wijze bepaalde dag, zonder dat nagekomen is, dan is de schuldenaar in gebreke (in verzuim, nalatig, achterlijk).

Het is hier niet noodig opnieuw stelling te nemen in den strijd of in sommige gevallen een I. wel, in andere gevallen niet vereischt is; evenmin de ontwikkeling te bespreken van de I. die aanvankelijk geacht werd te zijn een daad, die het verzuim zelve proclameerde, met ingang van het moment dier proclamatie1), tot de I. als sommatie tot voldoening binnen zoo of zooveel dagen; noch ook na te gaan op welke wijze een I. moet geschieden, mondeling of schriftelijk, per brief, aangeteekend schrijven of deurwaarders-exploit, en of een I. al dan niet moet inhouden aanbod van vervulling door den schuldeischer; etc. Al deze vragen zijn voldoende beantwoord, en ze zijn overigens voor ons doel van geen belang.

Hier interesseert slechts de functie van de I. Weliswaar verschillen Hamaker en Drucker nog over den inhoud der I. De eerste neemt aan, dat in gevallen waar een I. noodig wordt geacht, de verplichting tot vervulling er vóór de I. nog slechts potentieel, in de kiem is 2). en pas dóór de I. actueel, werkelijk, wordt gemaakt Drucker e.a. zijn van meening, dat die verplichting er van het moment van

') Zie Diephuis X 139. 2) Blz. 12.

Sluiten