Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

19

bepaalde te weinig, was zelfs onlogisch en hier en daar onmogelijk toe te passen. Men kon haar blijven toepassen, maar moest dan afzien van een juiste behartiging van belangen, een afweging ten processe van de wederzijdsche rechten en verplichtingen, van de prestaties en wanprestaties. Of, men kon een min of meer verwijderde toepassing1) accepteeren, zelfs trachten de algemeene regeling voor verbintenissen voor het ontbrekende te hulp te roepen. De hierbij ontstane strijd is thans vermoedelijk in zijn laatste stadium; hij is geëindigd met een volledig beperken van de artt. 1540 vlg. tot den specieskoop, en een regelen van den genuskoop met behulp van de in het algemeene verbintenissenrecht neergelegde beginselen en bepalingen.

Van dezen strijd geeft Verstegen2) een uitvoerige uiteenzetting. Hij constateert, dat „de koopovereenkomst we} jp breedte en diepte is ontleed, de speciale vragen en behoeften van den genuskoop echter in de handboeken niet in die aandacht betrokken zijn", en dat „uit der schrijvers'behandeling der redhibitoire acties blijkt, dat hun ten deze de koop slechts van een bepaald voorwerp voor oogen stond". Aangezien een systematische behandeling van deze materie hem gewenscht lijkt, geeft hij deze, en wel aan de hand van de vraag: moet het klachtrecht blijven bestaan, zoo^ng de kooper den verkooper niet ontslaat door met de minderwaardige levering genoegen te nemen?

In deze, de hoofdvraag der materie, wordt dadelijk op het Verschil tusschen genus en species gedoeld- Bij een speciesobject is slechts levering of nfckjjevering mogelijk; de in-ontvangst-neming is de levering, zij beteekent dat verkooper het voorwerp heeft overgedragen dat hij verkocht. Elk gebrek dat kooper daarna ontdekt, is verborgen, indien hij het niet bij de bezichtiging had kunnen ontdekken. Bij het genusobject daarentegen is er bij de in-ontvangst-neming (althans aanbieding) de eerste bezichtiging. Een onderzoek naar het ') Vgl. de ook gebruikelijke „analogische toepassing". *) „Ondeugdelijke levering bij den soortkoop" (R. M. 1923).

Sluiten