Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22

Bij den speciesköop is er, vólkomen logisch, na dë in-ontvangstneming, geen actie meer uit wanprestatie, doch juist wel die uit verborgen gebreken. Bij dteh genuskoop is, na de inontvangst-neming, wel een actie uit wanpréSftatie mogelijk, maar alleen zoolang de kooper recht heeft op onderzoek. Zoo gauw Hij zijn rechtenmaximum överéfchrïjdt {het vroegere aanvtórdigingsmoment) eindigt zijn recht om uit wanpréStatïé W kunnen ageeren. Maar dan wordt, weer volkomen logisch, het recht te ageeren uit verborgen gebreken niet ingevoerd.

Dit rechtenmaximum kan zeer beperkt zijn (verkoop over de toonbank van dagelijksche verbruiksartikelen), en heel uitgebreid, de machine-gehüskoop b.v., waar de kooper recht heeft óp een jarenlange actie wegens slecht materiaal, etc.'). Voor dingen als deze nadert de genuskoop zeer dicht tot den specieskoop. Van een overgangsgebied mag stellig worden gesproken.

Aan de overzijde van de wanprestatie komen zóó de beide wegen weer naar elkaar toe. Is het dus onjuist te zeggen, dat we hier één leerstuk hebben, en dat eigenlijk de omvang van de wanprestatiéactie (bij den koop) kleiner, maar hare beteekenis grooter is dan de verborgen gébrek-actie?

Indien nu de genuskoop gebracht is onder de algemeene regelen der verbintenissen, welke rechten heeft dan de kooper, indien hï) te juister tijd zijn onderzoek heeft verricht en zijn klacht ingediend? Volgens artt. 1302 vlg. B.W. zijn dat de rechten op ontbinding, Schadevergoeding, deze beide samen, én nakoming. Naast het verschil in opbouw (het verborgen fsijn der gebreken, den korten termijn van art. 1547 B.W., etc.) is er dus een verschil in rechten ook; bij genus hebben wij nu h%fc recht op prijsvermindering niet meer, bij species geldt dat op nakoming niet. Is het denkbaar dat nakoming bij den specieskoop in geval van een verborgen gebrek ooit gevraagd kan worden? De kooper koopt het species met de zichtbare en onzichtbare gebreken. Afgezien van later aangebrachte schade, geschiedt er bij de levering nakoming van de verphch-

■) Zie onder Hoofdstuk V.

Sluiten